Partneralimentatie

Wat is de draagkracht van een ondernemer met sterk wisselende winsten?

Uit de door de man overgelegde jaarrekeningen blijkt dat er over een reeks van jaren sprake is geweest van grote fluctuaties in de winst uit onderneming. Door omstandigheden, onder meer door voornoemde BTW-maatregel van de overheid [waarbij het BTW-tarief tijdelijk werd verlaagd van 21% naar 6%, A-G], door de crisis in de bouw en door de aankoop in 2010 van dakkapellen die in opvolgende jaren zijn verkocht, is sprake geweest van jaren met een (zeer) hoge winst uit onderneming en jaren met een (zeer) lage winst uit onderneming.
Lees meer...

Verbroken lotsverbondenheid. Geen recht meer op een onderhoudsbijdrage.

Het hof stelt bij de beoordeling van de stellingen van de man, evenals de rechtbank, voorop dat bij de beantwoording van de vraag of van een gewezen echtgenoot een bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de andere echtgenoot kan worden gevergd en, zo ja, tot welk bedrag, rekening moet worden gehouden met alle omstandigheden van het geval. Hieronder zijn ook te verstaan niet-financiële factoren, zoals gedragingen van de onderhoud verzoekende echtgenoot. De vraag die daarbij speelt, is of van de alimentatieplichtige in redelijkheid nog kan worden gevergd dat hij of zij bijdraagt in de kosten van het levensonderhoud van de alimentatiegerechtigde, met andere woorden, of de lotsverbondenheid die uit het ontbonden huwelijk voortvloeit als gevolg van gedragingen van de onderhoudsgerechtigde als verbroken kan worden beschouwd.
Lees meer...

Oordeel in voorlopige voorzieningen over ontbreken draagkracht man voor partnerbijdrage werkt door in echtscheidingsprocedure / bodemzaak waar de man niets is verschenen en geen verweer heeft gevoerd.

In die procedure heeft de man op goede gronden verweer gevoerd tegen de partnerbijdrage stellende dat hij daartoe geen draagkracht heeft. De rechtbank heeft in die provisionele procedure geoordeeld dat de man naast de verzochte kinderbijdrage van € 260,00 per maand, gelet op de vaststaande schuldenlast en het feit dat hij, gezien het loonbeslag, nog slechts € 1.200,00 netto per maand ter vrije beschikking heeft, geen draagkracht meer heeft voor de verzochte partnerbijdrage.
Lees meer...

Hoe moet de rechter omgaan met een alimentatieovereenkomst waarbij partijen bewust zijn afgeweken van de wettelijke maatstaven, doch geen niet-wijzigingsbeding hebben gemaakt?

Partijen hadden onder meer de volgende afspraak gemaakt:

Partneralimentatie fl. 7.500 per maand. Met een maximum van tien jaar na scheidingsdatum.

Doch:

- indien [de man] 7 jaar na scheidingsdatum buiten zijn schuld stopt met werken, wordt er geen alimentatie meer betaald.

De man werd echter snel na de afspraak snel werkloos. Er was geen niet-wijzigingsbeding overeengekomen. De vraag was of de mogelijkheid betreffende het eerder werkloos worden niet reeds in de afspraak was verdisconteerd waardoor partijen bewust van de wettelijke maatstaven waren afgeweken.
Lees meer...

Welke middelen kunnen worden ingezet om te voorkomen dat de definitieve voorzieningen de voorlopige voorzieningen vervangen?

Verzoek tot echtscheiding. Geen bijzondere omstandigheden op grond waarvan echtscheiding dient te worden uitgesproken op moment van beslissing op nevenvoorzieningen.
Lees meer...

Hebben partijen een afspraak gemaakt over het al dan niet betalen van partneralimentatie? Beoordelingsmaatstaf.

De man heeft zich op het standpunt gesteld dat partijen toen zij uit elkaar gingen, in onderling overleg onder meer zijn overeengekomen dat de man geen partneralimentatie zou betalen aan de vrouw. De vrouw heeft dit betwist en gesteld dat partijen nooit afspraken hierover hebben gemaakt.
Lees meer...

Alimentatie en eventuele inkomsten uit het criminele circuit. Stelplicht.

De vrouw verzoekt kinder- en partneralimentatie. De vrouw stelt dat de man mogelijk nog wel vermogen had en heeft uit zijn beëindigde horeca onderneming, dan wel dat de man inkomsten genereerde in het criminele circuit.
Lees meer...

Spoorboekje Hoge Raad voor wijziging van alimentatie met terugwerkende kracht

Onderdeel I van het middel klaagt dat het hof heeft miskend dat het gehouden was om aan de hand van hetgeen ten processe is gebleken, ambtshalve en kenbaar te onderzoeken of een terugbetalingsverplichting ten laste van de vrouw in redelijkheid van haar kan worden gevergd en dat het daarbij niet afhankelijk is van een daartoe strekkend verweer van de vrouw. Het hof was daartoe gehouden, aldus het onderdeel, omdat het, als gevolg van de vernietiging van de beschikking van de rechtbank, de door de rechtbank vastgestelde alimentatie heeft gewijzigd met ingang van een vóór zijn uitspraak gelegen datum (namelijk 25 januari 2013).
Lees meer...

Anders dan de rechtbank acht het hof de gedragingen van de alimentatiegerechtigde niet dermate grievend, dat daarmee een einde is gekomen aan de onderhoudsverplichting.

De kern van het geschil betreft de vraag of de man zich zodanig kwetsend en grievend heeft gedragen tegenover de vrouw dat van lotsverbondenheid, de grondslag van de onderhoudsverplichting tussen ex-echtgenoten, geen sprake (meer) is. De rechtbank heeft deze vraag bevestigend beantwoord. De man is het daarmee niet eens en tegen dit oordeel van de rechtbank is zijn hoger beroep dan ook gericht.
Lees meer...

Partneralimentatie, bij bepaling draagkracht wordt geen rekening gehouden met maandelijkse last vanwege uitvoering achterstallig onderhoud aan voormalig echtelijke woning.

De man heeft zich op het standpunt gesteld dat bij de beoordeling van zijn draagkracht rekening gehouden dient te worden met een maandelijkse last vanwege het uitvoeren van groot achterstallig onderhoud aan de voormalig echtelijke woning van partijen. Hij heeft de woning ook voor een te hoog bedrag van de vrouw overgenomen hetgeen gunstig is voor de vrouw.
Lees meer...

Verzoek om bepaalde op de zaak betrekking hebbende bescheiden in het geding te brengen afgewezen. Lotsverbondenheid.

De man heeft het vermoeden dat de vrouw in haar asielaanvraag ernstige verwijten richting hem heeft gemaakt, maar dat zij niet wil dat die verwijten in deze procedure kenbaar worden, omdat diezelfde verwijten haar aanspraak op partneralimentatie onderuit halen. Hij vraagt afgifte van het asieldossier.
Lees meer...

Nihilbeding partneralimentatie in huwelijkse voorwaarden nietig ondanks goede voorlichting notaris en het feit dat partijen in volle overtuiging de overeenkomst zijn aangegaan. Ook geen beroep op redelijkheid en billijkheid mogelijk.

De man heeft primair gesteld dat het verzoek van de vrouw dient te worden afgewezen omdat in artikel 10 lid 3 van de huwelijkse voorwaarden is opgenomen dat partijen zijn overeengekomen dat geen plicht tot betaling van en geen recht op partneralimentatie kan ontstaan na het beëindigen van het huwelijk.
Lees meer...

Bij de berekening van de behoefte van de vrouw houdt het hof geen rekening met het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop aangezien deze inkomensondersteuning slechts een aanvullend karakter heeft.

Wordt de behoefte van de vrouw lager nu zij naast haar salaris ook een kindgebonden budget en een alleenstaande ouderkop ontvangt? Het gerechtshof verwijst naar een oude uitspraak van de Hoge Raad met betrekking tot huursubsidie past deze naar analogie toe.
Lees meer...

Wijziging partneralimentatie. Nihilstelling. Terugbetalingsverplichting. Moet de vrouw haar vermogen aanspreken om terug te betalen?

Het hof heeft geoordeeld dat de man met ingang van 1 januari 2010 geen draagkracht heeft tot het betalen van enige bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw, zodat deze bijdrage met ingang van die datum op nihil zal worden gesteld. Bovendien heeft hij een dringend belang bij terugbetaling van de onverschuldigd betaalde bedragen.
Lees meer...

Man ontvangt alimentatie. Gelet op het arbeidsverleden en de leeftijd van de man, wordt hem een redelijke termijn gegeven om wederom betaalde arbeid te verkrijgen, te weten een jaar na datum van de beschikking.

De vrouw stelt dat de man in staat moet worden geacht volledig in zijn eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. De vrouw stelt daartoe dat van depressieve klachten aan de zijde van de man, zoals door hem is gesteld, niet is gebleken.
Lees meer...

Vrouw verzoekt pas na 10 jaar na de echtscheiding om partneralimentatie. Lotsverbondenheid?

De man heeft als meest verstrekkende grief gesteld dat de lotsverbondenheid tussen partijen na het verstrijken van ruim tien jaar zodanig is verwaterd dat van een verplichting tot levensonderhoud thans geen sprake meer kan zijn.
Lees meer...

Samenwonen als ware men gehuwd: bewijs van samenwoning met name op grond van analyse bankafschriften en lage verbruik energie en water.

Aan de orde is de beantwoording van de vraag of de man heeft bewezen dat de vrouw, die een duurzame affectieve relatie met [partner] heeft (die volgens haar eigen verklaring in ieder geval in de loop van 2012 is uitgegroeid tot die duurzame relatie) met die [partner] sedert 1 maart 2012 duurzaam samenwoont en dat zij een gemeenschappelijke huishouding hebben en elkaar wederzijds verzorgen.
Lees meer...

Partneralimentatie; niet-wijzigingsbeding; deskundigenonderzoek.

De man heeft gesteld dat er sprake is van een volkomen wanverhouding tussen hetgeen partijen bij het sluiten van het echtscheidingsconvenant in 2011voor ogen stond en wat zich naderhand in werkelijkheid heeft voorgedaan en wel zodanig, dat het in hoge mate onbillijk is dat de vrouw de man aan het niet-wijzigingsbeding houdt.
Lees meer...

Partneralimentatie kan niet eerder ingaan dan nadat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

Onderdeel II klaagt onder meer dat het hof door de ingangsdatum van de alimentatie te bepalen op 17 april 2014, heeft miskend dat de alimentatieverplichting niet mag ingaan vóór de datum van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.
Lees meer...

Partnerbijdrage. grievende uitlatingen. lotsverbondenheid niet geeindigd.

Als grondslag voor de onderhoudsverplichting van artikel 1:157 lid 1 BW wordt de lotsverbondenheid tussen gewezen echtgenoten aangenomen. In uitzonderlijke gevallen kan grievend gedrag van één der gewezen echtgenoten jegens de ander tot de conclusie leiden dat aan iedere lotsverbondenheid tussen de gewezen echtgenoten een einde is gekomen. In een dergelijk geval kan de rechter oordelen dat betaling van een uitkering tot levensonderhoud in redelijkheid niet (langer) kan worden gevergd. Ook kan grievend gedrag aanleiding zijn om de onderhoudsverplichting te matigen.
Lees meer...

Belangrijke aanwijzing van de Hoge Raad aan rechtbanken en gerechtshoven. Voeg een berekening achter de alimentatiebeschikking.

Een beslissing over alimentatie dient ten minste zodanig te worden gemotiveerd, dat zij voldoende inzicht geeft in de aan haar ten grondslag liggende gedachtegang om de beslissing zowel voor partijen als voor derden – de hogere rechter daaronder begrepen – controleerbaar en aanvaardbaar te maken (HR 7 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:262).
Lees meer...

Afbouw partneralimentatie; van de hoogopgeleide vrouw kan worden verwacht dat zij op termijn geheel in eigen levensonderhoud voorziet.

De vrouw is 47 jaar oud, afgestudeerd in informatica, en de kinderen van partijen gaan inmiddels hun eigen weg. De vrouw toont volgens de man niet aan te solliciteren, terwijl zij geacht kan worden minstens een inkomen gelijk aan de bijstandsnorm te kunnen verwerven en binnen vier jaar na echtscheiding € 2.000,- bruto per maand. Vanaf mei 2018 moet zij volgens de man in staat worden geacht geheel in eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. De vrouw bestrijdt de stellingen van de man. Partijen hebben destijds gekozen voor een traditionele zorgverdeling en zij heeft vanaf 2000 haar vakgebied niet meer bijgehouden. Zij heeft in haar tekort voorzien door leningen bij haar familie af te sluiten.
Lees meer...

Gemeente die bijstand verstrekt geen belanghebbende bij een procedure tussen ex-echtgenoten over partneralimentatie.

Het hof dient de vraag te beantwoorden of de gemeente als belanghebbende is aan te merken. De procedure in eerste aanleg is gevoerd tussen de man en de vrouw. Dit betrof een procedure tussen ex-echtgenoten aangaande partneralimentatie. De gemeente is tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gegaan.
Lees meer...

De vrouw doet afstand van partneralimentatie in ruil voor een Volkswagen Polo. Volgens het gerechtshof is er sprake van misbruik van omstandigheden bij het sluiten van de vaststellingsovereenkomst.

De man heeft zich erop beroepen dat partijen een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten met betrekking tot de partneralimentatie. Tijdens de mondelinge behandeling is de gang van zaken tussen partijen met betrekking tot de totstandkoming daarvan aan de orde gekomen. De vrouw stelt dat de overeenkomst vanwege een wilsgebrek (bedreiging, bedrog, misbruik van omstandigheden, dwaling) buiten beschouwing dient te worden gelaten.
Lees meer...

Wijziging partneralimentatie. Niet-wijzigingsbeding. Falend beroep op dwaling en misbruik van omstandigheden.

De man heeft zich in eerste aanleg beroepen op de vernietigbaarheid van het in artikel 2 van het echtscheidingsconvenant neergelegde niet-wijzigingsbeding op grond van dwaling. De rechtbank heeft dit beroep getoetst aan de vereisten van artikel 6:228 Burgerlijk Wetboek (BW) en geoordeeld dat aan die vereisten niet is voldaan.
Lees meer...

Bij het opstellen van een behoefteberekening moet rekening worden gehouden met de ontvangen toeslagen. Deze verlagen de behoefte.

Hetgeen partijen thans nog verdeeld houdt, is de bijdrage van de man in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw met ingang van 1 januari 2015. De man betoogt dat de vrouw volledig in haar eigen huwelijksgerelateerde behoefte kan voorzien, hetgeen door de vrouw wordt betwist.
Lees meer...

Gestelde omstandigheden zijn niet zodanig ingrijpend dat niet-wijzigingsbeding kan worden doorbroken. Proceskostenveroordeling.

De man stelt dat is niet meer in staat aan zijn alimentatieverplichtingen te voldoen. Hij krijgt nog nauwelijks opdrachten. Hij heeft veel aan acquisitie gedaan. Ook is hij ziek. De lotsverbondenheid geldt ook in mindere tijden in die zin dat de partneralimentatie dan behoort te worden verminderd. De vrouw stelt dat de man voorbij gaat aan het feit dat partijen in het kader van de procedure bij het Gerechtshof een niet-wijzigingsbeding zijn overeengekomen, als bedoeld in artikel 1:159 lid 3 BW. Volgens de jurisprudentie dient er sprake te zijn van een zo ingrijpende wijziging van omstandigheden dat er een wanverhouding is ontstaan tussen wat partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond en wat zich in werkelijkheid heeft voorgedaan.
Lees meer...

Wat is de behoefte van partijen indien tijdens het huwelijk op te grote voet is geleefd?

De man heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank bij de beoordeling van de behoefte van de vrouw ten onrechte is uitgegaan van de hofnorm, waarbij haar totale behoefte, na aftrek van de kosten van [de minderjarige] , wordt gesteld op 60% van het netto gezinsinkomen ten tijde van het uiteengaan van partijen. Er dient in plaats daarvan rekening te worden gehouden met alle relevante omstandigheden van het geval, waaronder de te verwachten kosten van levensonderhoud van de vrouw uitgewerkt in een behoefteopstelling. Met de welstand van partijen ten tijde van het huwelijk kan geen rekening worden gehouden, omdat partijen destijds boven hun stand leefden.
Lees meer...

Partneralimentatie. Convenant. Grove miskenning van de wettelijke maatstaven (behoefte vrouw). Partijen zijn niet bewust afgeweken van de wettelijke maatstaven.

In deze zaak zijn partijen niet goed voorgelicht door de betrokken advocaat. De gevolgen zijn zwaar. Het hof beoordeelt de door de man te betalen uitkering tot het levensonderhoud van de vrouw opnieuw.
Lees meer...

Neemt de huwelijksgerelateerde behoefte af door tijdsduur na scheiding?

De man stelt dat sprake is van een afnemende behoefte naarmate de jaren na de echtscheiding verstrijken. Dit wordt veroorzaakt enerzijds door de aanpassing van de behoefte aan de welstand na het huwelijk en anderzijds door een verder verwijderd verband met de financiële situatie ten tijde van het huwelijk. Het gerechtshof is het met deze stelling eens waarbij tevens wordt gewezen op de tendens van de afgelopen jaren waarbij wordt aangenomen dat van een onderhoudsgerechtigde kan en mag worden verwacht dat deze na een scheiding zoveel mogelijk zelf in zijn eigen levensonderhoud voorziet.
Lees meer...

De grenzen van de rechtsstrijd worden niet bepaald door de benaming van het processtuk. Ligt in het verweerschrift een incidenteel appel besloten?

De vrouw heeft in hoger beroep een verweerschrift ingediend en uit de benaming van dit stuk blijkt niet van een incidenteel appel. Heeft het gerechtshof miskend dat in het verweerschrift van de vrouw in hoger beroep een incidenteel appel besloten ligt?
Lees meer...

Hoger beroep instellen tegen de echtscheiding om bijdrage tot levensonderhoud in het kader van de voorlopige voorzieningen te verlengen is misbruik van procesbevoegdheid.

De vrouw heeft, aldus de man, misbruik gemaakt van (proces)recht dan wel van processuele bevoegdheid door, ondanks expliciete erkenning van de duurzame ontwrichting van het huwelijk, hoger beroep tegen de echtscheiding in te stellen waarmee de vrouw de duur van het huwelijk wil oprekken met het oog op de uitwerking van art. 1:157 lid 4 Burgerlijk Wetboek en daarmee de duur van de beschikking voorlopige voorzieningen. Het gerechtshof is het met deze stelling eens.
Lees meer...

Partneralimentatie. Afbouwregeling.

Tussen partijen is in geschil in hoeverre van de vrouw - op termijn - gevergd kan worden dat zij zelf in haar levensonderhoud voorziet. De vrouw is natuurkundige en is in 1993 gepromoveerd in de Verenigde Staten. Zij is sinds 2010 als zzp-er aangesloten bij verschillende organisaties die haar freelance werk als consultant op het gebied van ontwikkelingswerk kunnen aanbieden. Zij heeft thans geen inkomsten.
Lees meer...

Kan het bepaalde van artikel 1:159 lid 3 BW bij overeenkomst worden uitgesloten?

Partijen hebben een niet-wijzigingsbeding opgenomen in het echtscheidingsconvenant waarbij ook het bepaalde in artikel 1:159 lid 3 BW werd uitgesloten. Contractsvrijheid, regelend recht en dwingend recht.
Lees meer...

Aan welke eisen dient een verzoek om limitering van partneralimentatie te voldoen?

De man verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking, de uitkering tot levensonderhoud met ingang van 1 januari 2013 op nihil te stellen, althans met ingang van de datum van indiening van het inleidend verzoekschrift (26 juni 2013), althans een zodanige uitkering tot levensonderhoud vast te stellen als het hof juist acht, alsmede dat deze uitkering tot levensonderhoud eindigt direct volgend op het moment dat de man stopt met werken en partijen (hun deel van) het door de man opgebouwde ouderdomspensioen krijgen uitgekeerd.
Lees meer...

Is er sprake van samenwoning als ware men gehuwd in de zin van artikel 1:160 BW? Facebookberichten.

Voor een bevestigende beantwoording van de vraag of sprake is van een samenleving met een ander als waren zij gehuwd in de zin van artikel 1:160 BW, dient volgens vaste rechtspraak tussen de alimentatiegerechtigde en de nieuwe partner sprake te zijn van een affectieve relatie van duurzame aard die meebrengt dat zij elkaar wederzijds verzorgen, met elkaar samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren. Daarbij is het uitgangspunt dat artikel 1:160 BW restrictief moet worden uitgelegd, vanwege de ingrijpende gevolgen die voor de alimentatiegerechtigde aan de toepassing ervan zijn verbonden.
Lees meer...

Dient de ontbindingsvergoeding van de man als inkomen voor het bepalen van zijn draagkracht in aanmerking te worden genomen en zo ja, op welke wijze?

Partijen strijden er verder nog over of en zo ja, op welke wijze de ontbindingsvergoeding die de man bij het eindigen van zijn dienstverband bij [bedrijf] , als inkomen voor het bepalen van zijn draagkracht in aanmerking moet worden genomen. Vaststaat dat hij € 20.000,- bruto aan ontbindingsvergoeding heeft ontvangen.
Lees meer...

Niet-wijzigingsbeding bij partneralimentatie. Wanneer kan dit beding worden doorbroken?

Partneralimentatie. Niet-wijzigingsbeding. Man kan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aan het niet-wijzigingsbeding worden gehouden.
Lees meer...

Terugbetaling van alimentatie. Wanneer kan dat in redelijkheid worden verlangd? Maatstaf en relevante omstandigheden.

Hoe moet een verzoek om terugbetaling van alimentatie worden beoordeeld? De Hoge Raad zet de lijnen uiteen.
Lees meer...

Partneralimentatie en lotsverbondenheid. Geweldadige vrouw krijgt toch alimentatie aangezien er sprake is van een psychische stoornis.

Partneralimentatie en lotsverbondenheid. In redelijkheid kan van de man gevergd worden dat hij bijdraagt in het levensonderhoud van de vrouw.
Lees meer...

Verzoek limitering alimentatieduur afgewezen. Kinderloos huwelijk van 5,5 jaar.

Man heeft in deze procedure verwezen naar inmiddels ingetrokken wetsvoorstel Bontes. Het Hof ziet geen aanleiding om af te wijken van de wettelijke termijn van 12 jaar.
Lees meer...

Wegens grievend gedrag van de vrouw (ook bij psychische afwijking) is aanspraak op partneralimentatie geeindigd

De kern van het hoger beroep betreft de vraag of de vrouw zich zodanig kwetsend en grievend heeft gedragen tegenover de man dat van lotsverbondenheid, de grondslag van de onderhoudsverplichting van ex-echtgenoten, geen sprake meer is en de bijdrage op nihil dient te worden gesteld. Kan dat ook het geval zijn bij een psychische afwijking?
Lees meer...

Geen lotsverbondenheid meer door grievend gedrag van de vrouw. Geen recht meer op partneralimentatie.

In uitzonderlijke gevallen kan grievend gedrag van één der gewezen echtgenoten ten opzichte van de ander tot de conclusie leiden dat aan iedere lotsverbondenheid tussen de gewezen echtgenoten, welke lotsverbondenheid de grondslag vormt van een onderhoudsverplichting als bedoeld in artikel 1:157 BW, een einde is gekomen.
Lees meer...

Met welk aflossingsbedrag van schulden aan kennissen en familie houdt de rechter rekening bij de berekening van de draagkracht

Volgens het hof is niet gebleken van een vast aflossingsbedrag of een periode waarbinnen de schuld volledig moet zijn afgelost. Het hof heeft daarom rekening gehouden met “een redelijke aflossing van in totaal € 200,- per maand”. De Hoge Raad heeft hiertegen geen bezwaar.
Lees meer...

Partneralimentatie. Vrouw betaalt niet mee aan huwelijkse schulden. Nihilstelling

Het gerechtshof beoordeelt de schuldpositie van de man en houdt rekening met alle bedragen die de man betaalt en het feit dat de vrouw niet meebetaalt terwijl zij daar volgens de beschikking van de rechtbank wel toe gehouden was.
Lees meer...

Vrouw gaat vreemd en bedriegt de man over het vaderschap van later geboren kind. Geen recht op partneralimentatie.

De rechtbank rekent het de vrouw zwaar aan dat zij de man geruime tijd – twee jaar – in de waan heeft gelaten dat hij de biologische vader was van [de minderjarige] en dat de waarheid omtrent het vaderschap slechts aan het licht is gekomen doordat de ouders van de man hem hebben gewaarschuwd. De man heeft inmiddels een emotionele band opgebouwd met [de minderjarige] en moet nu (leren) leven met de wetenschap dat [de minderjarige] en hij niet aan elkaar verwant zijn.
Lees meer...

Samenwonen met gehuwde partner leidt niet van rechtswege tot een einde van de alimentatieplicht

Vrouw gaat samenwonen met een gehuwde partner. Geen toepassing van artikel 1:160BW.
Lees meer...

Alimentatie vastgesteld met passeren van tremanormen

Behoefte vrouw bepaald aan de hand van privé-ontrekkingen. Draagkracht niet bepaald met behulp van Tremanormen. Hof gaat in op de vraag over welke financiële middelen de man in redelijkheid kan beschikken. Lees meer...

Kan het aanvragen van het eigen faillissement leiden tot een nihilstelling van alimentatie

Een veel gehoorde opmerking in de praktijk is dat de alimentatieplichtige ”alles kapot maakt” indien hij of zij zou moeten betalen voor de ex-partner. Vaak blijft dit bij een emotionele mededeling maar een enkele keer voegt iemand de daad bij het woord. In dit geval had de man zichzelf failliet laten verklaren. Volgens het gerechtshof had dat geen zin
Lees meer...

Kan partneralimentatie worden vastgesteld voor periode voor inschrijving beschikking

Men moet goed oppassen over welke periode er partneralimentatie wordt gevraagd. In het voorliggende geval had een wijziging van de voorlopige voorzieningen verzocht moeten worden.
Lees meer...

Is een schuld bij een familielid van invloed op de draagkracht of niet?

Beslissing t.a.v. schuld ter aflossing van lening van man aangegaan bij zijn vader voor het huwelijk. Er is niet voldoende aangetoond dat er een verplichting bestaat deze schuld af te lossen.
Lees meer...

Behoefte vrouw is niet onderbouwd. 60% niet van toepassing bij betwisting.

Partner- en kinderalimentatie. De zogenaamde 60% norm voldoet niet in geval de behoefte nadrukkelijk wordt betwist.
Lees meer...

Wijziging alimentatie veelal per datum indiening verzoekschrift. Uitzondering bij toepassing WSNP.

Het hof acht het in dit geval redelijk en in afwijking van hetgeen gebruikelijk is (datum indiening verzoekschrift), om als ingangsdatum voor de wijziging van de alimentatie de datum te hanteren met ingang waarvan verzoeker is toegelaten tot de schuldsaneringsregeling.
Lees meer...

Alimentatiebeslissingen zijn moeilijk te bestrijden in cassatie

De vrouw klaagt in deze zaak onder meer over het feit dat volgens haar niet op kenbare wijze rekening is gehouden met de huurinkomsten die de man uit zijn woning in Nederland zou hebben genoten. Het hof heeft hier echter wel iets over in de uitspraak opgenomen. Niet nodig is dat de gehele berekening wordt uitgeschreven in de beschikking.
Lees meer...

Nieuwe alimentatienormen Trema gepubliceerd (2011-1)

Jaarlijks worden geactualiseerde modellen voor de draagkrachtberekening, met de daarbij behorende tarieven en tabellen, gepubliceerd op de website van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak.
Lees meer...

Ook interen op niet liquide vermogen van belang bij vaststellen draagkracht

Geschil tussen voormalig echtelieden over partneralimentatie. Art. 2 lid 2 WLA. Onvoldoende motivering oordeel hof onder meer voor zover dit inhoudt dat van onderhoudsplichtige niet kan worden gevergd in te teren op zijn vermogen (dat o.a. bestond uit overwaarde woning).
Lees meer...

Draagkracht en advocaatkosten

Met grote regelmaat worden advocaatkosten in de draagkrachtberekening als post opgenomen waaruit zou moeten blijken dat de draagkracht beperkt is. Meestal is dit zonder succes maar er zijn uitzonderingen.
Lees meer...

Vordering tot opschorting alimentatie voorlopige voorzieningenprocedure afgewezen

De man stelt dat de vrouw beslag heeft laten leggen op zijn aandelen en de bankrekening van zijn bedrijf. Volgens de man kan hij echter niet voldoen aan zijn betalingsverplichtingen jegens de vrouw omdat hij de financiële middelen daarvoor niet heeft. Hij wil wel betalen, maar hij kan het niet. Bij executoriale verkoop zal de bank ingrijpen en dat heeft vergaande consequenties voor niet alleen de man, maar ook voor de vrouw, hun kinderen en de werknemers (en hun gezinnen) van het bedrijf van de man.
Lees meer...

Indexeringspercentage alimentatie 2011 vastgesteld op 0,9%

Alimentatiebedragen stijgen jaarlijks op grond van artikel 402-a Boek I BW. De Minister van Justitie stelt het indexeringspercentage jaarlijks vast. Het indexeringspercentage voor 2011 bedraagt 0,9%.
Lees meer...

Alimentatie vaker slecht nageleefd

Alimentatie wordt steeds vaker niet of maanden te laat betaald. Vorig jaar kreeg het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) zo'n 9900 aanmeldingen voor het innen van kinder- en partneralimentatie binnen, een stijging van 23 procent vergeleken met 2008. Dit jaar zullen meer dan 13.000 zaken worden ingenomen door het LBIO.
Lees meer...

60% regel opnieuw afgewezen door Hoge Raad

Door de huwelijksgerelateerde behoefte van 60% van het voormalige netto gezinsinkomen als enige maatstaf te hanteren, heeft het hof miskend dat de behoefte aan alimentatie in redelijkheid moet worden bepaald met inachtneming van alle door partijen aangevoerde relevante omstandigheden. Maatstaf: HR 19 december 2003, NJ 2004, 140.
Lees meer...

Strenge eisen voor beeindiging alimentatie

Beroep op artikel 1:160 BW restrictief uitgelegd op grond van vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (uitspraak van 13 juli 2001, LJN: ZC3603, bevestigd op 3 juni 2005, LJN: AS5961). De rechtbank acht op grond van de verklaringen van partijen en het onderzoeksrapport van het detectivebureau onvoldoende een rechtsvermoeden van wederzijdse verzorging en gemeenschappelijke huishouding aangetoond, zoals bedoeld door het gerechtshof Amsterdam van 12 januari 2010 (LJN: BL0867). De man zal, gegeven de standpunten van partijen en gelet op zijn bewijsaanbod, in de gelegenheid worden gesteld om nader bewijs daarvan te leveren.
Lees meer...

Geen ruimte voor uitleg van het echtscheidingsconvenant bij vermeend mondeling niet-wijzigingsbeding. Schriftelijkheidsvereiste.

De vrouw heeft aangevoerd dat de man gehouden is aan de afspraken die partijen in het convenant hebben gemaakt. Hij dient de overeengekomen partneralimentatie voor een periode van twaalf jaar te voldoen, conform de tekst van het convenant. De vrouw stelt dat er in zoverre sprake is van een niet-wijzigingsbeding. De man heeft dit bestreden.
Lees meer...

Moet een ontbindingsvergoeding worden aangewend voor het betalen van alimentatie?

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch overweegt dat een ontbindingsvergoeding in principe is bestemd om inkomensschade uit ontslag op te vangen. Dat betekent dat het hof er bij de draagkrachtbepaling in principe vanuit gaat dat het lagere inkomen wordt aangevuld tot het oude niveau; daarnaast mag een deel worden gebruikt om pensioennadeel te bestrijden. Het doen van een investering om een nieuw inkomen te verwerven kan een passende investering zijn.
Lees meer...

Draagkracht wordt niet alleen gevormd door de middelen waarover de alimentatieplichtige beschikt maar ook door de middelen waarover hij of zij redelijkerwijs kan beschikken

De man koopt in deze zaak een woning waarin hij zijn liquide vermogen investeert van ruim € 215.000,00. Ook neemt hij een hypothecaire geldlening van € 285.000,00 voor dezelfde woning en een stuk grond. Het gevolg van deze aanschaf is dat hij geen kinderalimentatie mee kan betalen zodat hij nihilstelling verzoekt. Dit standpunt vindt geen genade bij de Hoge Raad.
Lees meer...

Verzoek tot verlenging van partneralimentatie indien er na ommekomst van de termijn van 12 jaar nog feiteijke betalingen zijn verricht.

Wanneer na ommekomst van de termijn van twaalf jaren van art. 1:157 lid 4 BW de alimentatiebetalingen worden beëindigd, is de alimentatieplicht van rechtswege vervallen, tenzij binnen de termijn van drie maanden een verlengingsverzoek is gedaan. Hoe zit dit als de alimentatieplichtige op advies van zijn of haar advocaat na ommekomst van de termijn van 12 jaar nog drie maanden vrijwillig heeft doorbetaald? Kan in dat geval nog verlenging worden gevraagd?
Lees meer...

Kinderalimentatie voorrang boven boedelafdracht WSNP II

Op 11 februari publiceerde ik op deze website een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 februari 2010, LJN BL3657 waarin het gerechtshof oordeelde dat het betalen van kinderalimentatie voorrang heeft boven de boedelafdracht in het kader van de WSNP. In deze uitspraak wordt dit oordeel herhaald en wordt eveneens beslist dat zelfs indien de rechter-commissaris geen rekening houdt met de geldende kinderalimentatie bij de vaststelling van het vrij te laten bedrag voor de man hij - in dit geval - toch dient te betalen. De uitspraak wijkt af van de algemene lijn van de Hoge Raad.
Lees meer...

Kan van de alimentatieplichtige worden gevergd dat hij inteert op zijn vermogen?

Het hof heeft overwogen dat ter mondelinge behandeling, waar namens de man diens advocaat is verschenen, is gebleken dat de man uit de nalatenschap van zijn vader een vermogen heeft ontvangen en dat door de (advocaat van de) man niet is weersproken dat het vermogen dat de man thans in ieder geval nog ter vrije beschikking staat kan worden becijferd op circa € 85.000,-. Het hof heeft overwogen het redelijk te achten - gelet op de onderhoudsverplichting van de man en in aanmerking genomen de penibele financiële situatie waarin de vrouw verkeert - dat de man op voormeld vermogen inteert om zodoende aan zijn onderhoudsverplichting jegens het kind te kunnen voldoen.
Lees meer...

Mag een verwijtbare en onherstelbare inkomensvermindering van de alimentatieplichtige ertoe leiden dat zijn inkomen beneden het niveau van 90% van de voor hem geldende bijstandsnorm zakt indien hij alimentatie moet betalen?

Van belang is dat de man zeer geruime tijd beneden bijstandsniveau heeft geleefd, terwijl niet is gebleken dat hij geld heeft geleend of gekregen om mede in de kosten van zijn levensonderhoud te voorzien en hij evenmin een aanvullende bijstandsuitkering heeft aangevraagd en ontvangen omdat hij, zoals hij desgevraagd tegenover het hof heeft verklaard, deze niet heeft willen aanvragen aangezien hij zich daarbij niet prettig zou hebben gevoeld.
Lees meer...

Vreemdgaan geen reden tot beeindiging alimentatie

De man betoogt dat het gedrag van de vrouw zodanig grievend is geweest, dat niet van hem kan worden gevergd dat hij een bijdrage in haar levensonderhoud betaalt. Ter onderbouwing van deze stelling voert de man aan dat de vrouw gedurende het huwelijk minimaal drie keer overspel heeft gepleegd. Bovendien heeft de vrouw verklaard dat zij enkel en uitsluitend met de man is gehuwd teneinde de Nederlandse nationaliteit te verkrijgen en heeft zij, zodra zulks was geschied, de man verlaten.
Lees meer...

Niet voldaan aan stelplicht t.a.v. gesteld gemis aan draagkracht.

Eerder heb ik een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam op deze website besproken van 9 februari 2010, LJN BL3467 waarin een ondernemer onvoldoende gegevens aan het gerechtshof had overgelegd om zijn stelling dat hij onvoldoende draagkracht had te onderbouwen. Nu gebeurt dit opnieuw in deze casus bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het is dus van groot belang alle relevante gegevens aan de rechter ter hand te stellen en geen gegevens achter te houden of louter het standpunt in te nemen dat stukken nog niet konden worden opgesteld e.d. zonder deze stelling heel goed en begrijpelijk te onderbouwen.
Lees meer...

Beeindiging alimentatie in verband met samenwoning. Verzoek toegewezen.

De man dient te stellen, en bij betwisting te bewijzen, dat de vrouw heeft samengewoond met een ander als ware zij gehuwd. Daarvoor dient sprake te zijn van een duurzame affectieve relatie, samenwoning, een gemeenschappelijke huishouding en wederzijdse verzorging.
Lees meer...

Samenloop bij verschillende alimentatiegerechtigden. Wie gaat voor?

Het komt geregeld voor dat er meerdere alimentatiegerechtigden zijn. Een voorbeeld is de situatie dat er kinderen en een een ex-echtgenoot zijn. Een ander voorbeeld is een eerste en tweede echtgenoot waarvan gescheiden wordt. Wie gaat er nu voor in deze situaties?
Lees meer...

Wanneer kan een niet-wijzigingsbeding in een echtscheidingsconvenant worden doorbroken?

Partijen hebben een echtscheidingsconvenant gesloten, waarin onder meer is bepaald: "dat het in art. 1 bepaalde niet bij rechterlijke uitspraak kan worden gewijzigd op grond van wijziging van omstandigheden, behoudens in het geval van een zo ingrijpende wijziging van omstandigheden, dat de partij die de wijziging verzoekt, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet langer aan het niet-wijzigingsbeding mag worden gehouden, zoals in art. 1:159 lid 3 is bepaald."

De man die kapitein was op een baggerschip in het buitenland ontvangt thans zijn inkomen netto (gangbare constructie in internationaal verband) waardoor hij zijn alimentatie niet meer fiscaal kan aftrekken. De man vond dat doorbreking van van niet wijzigingsbeding nu gerechtvaardigd is.
Lees meer...

Volgt uit art. 1:166 BW (reparatiehuwelijk) dat de duur van het eerste huwelijk moet worden opgeteld bij de duur van het tweede huwelijk bij de beantwoording van de vraag of er sprake is van een kortdurend huwelijk als bedoeld in art. 1:157 lid 6 BW?

Het gaat om een kinderloos huwelijk van partijen. Het eerste huwelijk duurde korter dan een jaar. Op grond van het bepaalde in artikel 1:157 lid 6 BW was de alimentatieduur beperkt tot de duur van het huwelijk (Dat is het geval bij kinderloze huwelijken die korter dan 5 jaar hebben geduurd. In andere gevallen is de duur van de alimentatie 12 jaar). Partijen hebben dat vastgelegd in het echtscheidingsconvenant. Door het tweede huwelijk wordt de duur van de huwelijken samen meer dan vijf jaar. Welke alimentatieduur geldt nu?
Lees meer...

Wijziging van een rechterlijke uitspraak over alimentatie. Vergissing van de rechter voldoende voor wijziging?

Wat is de reikwijdte van art. 1:401 lid 4 BW? Is het van belang dat tegen de uitspraak een rechtsmiddel openstaat of heeft opengestaan?
Lees meer...

Onvoldoende financiële stukken overgelegd met als argument dat de stukken nog niet konden worden opgesteld door accountant komt voor rekening van de alimentatieplichtige.

De stelling van de man dat hij door veranderingen die zich in zowel zijn privéleven als op zakelijk gebied hebben voltrokken, en als gevolg van het feit dat een administratief medewerker in 2007 ontslag nam, er nog niet in is geslaagd om samen met zijn accountant en zijn financieel adviseur de (definitieve) jaarstukken van 2006, 2007 en 2008 op te stellen en in te dienen komt voor rekening en risico van de man.
Lees meer...

Verlenging van alimentatie na wettelijke termijn van 12 jaar. Ernstige hartklachten.

Vrouw verzoekt verlenging van de wettelijke limitering na 12 jaar in verband met ernstige hartklachten en hof verlengt de termijn met 5 jaar zonder mogelijkheid van verdere verlenging.
Lees meer...

Behoefte. Kan de rechter bij de vaststelling van het alimentatiebedrag rekening houden met de premie van een overlijdensrisicoverzekering?

Het Hof heeft geoordeeld dat art. 1:157 lid 2 BW een voorziening toelaat inhoudende dat maandelijks aan de vrouw een bedrag is verschuldigd ten hoogte van de premie voor een verzekering ter dekking van het risico dat de man tijdens de alimentatieperiode als bedoeld in art. 1:157 lid 3 of lid 4 BW komt te overlijden.
Lees meer...

Eenvoudige verwijzing naar de zogenaamde Hofformule volstaat niet voor de bepaling van de omvang van de behoefte

De behoefte aan een aanvullende bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw wordt afgewezen, omdat zij deze behoefte niet of nauwelijks heeft onderbouwd. Een simpele verwijzing naar de hofformule volstaat niet.
Lees meer...

Vermindering draagkracht door prepensioen. Is er sprake van een wijziging van omstandigheden die tot minder alimentatie leidt?

Alimentatieplichtige man verzoekt om wijziging van de door hem aan zijn ex-vrouw te betalen partneralimentatie. Hij legt aan dit verzoek ten grondslag dat hij met prepensioen is gegaan, waardoor zijn inkomsten zijn verminderd en zijn draagkracht is afgenomen. De rechtbank is, gelet op de omstandigheden van dit geval, van oordeel dat de keuze van de man om met prepensioen te gaan voor zijn rekening dient te blijven.
Lees meer...

Wanneer verjaart een alimentatiebeschikking? Hoe moet men stuiten?

De alimentatievordering verjaart na verloop van 5 jaar tenzij de verjaringstermijn is gestuit. Dit vloeit voort uit artikel 3:324 lid 3 BW.
Lees meer...

Einde alimentatieplicht bij samenleven met een ander als ware men gehuwd (art. 1:160 BW)

Kan de rechter een andere datum vaststellen dan de datum waarop de alimentatiegerechtigde is gaan samenleven met een ander als ware zij gehuwd?
Lees meer...

Wanneer zijn stukken te laat ingediend en wat is de zelfstandige rol van de rechter hierbij?

De vrouw klaagt onder andere over het feit dat het Hof aan zijn beoordeling van de draagkracht van de man mede een (concept-)rapport ten grondslag heeft gelegd dat pas op 26 maart 2008 aan het Hof en aan de vrouw was toegestuurd, terwijl de mondelinge behandeling reeds op 3 april 2008 was bepaald, en het een omvangrijk en ingewikkeld stuk zou betreffen.
Lees meer...

Samenloop schuldsanering en alimentatie. Man heeft gevraagd om nihilstelling

Heeft een saniet die slechts beschikt over het door de rechter-commissaris in het kader van de schuldsanering vrij te laten bedrag heeft nog draagkracht om (kinder)alimentatie te voldoen?
Lees meer...

Alimentatie en vermogen. Van welk rendement wordt uitgegaan bij de bepaling van de draagkracht?

Voor de inkomstenbelasting wordt uitgegaan van een fictief rendement van 4% (box III). Bij de bepaling van de draagkracht kan van een ander rendement worden uitgegaan.
Lees meer...

Lijfsdwang op grond van alimentatiebeschikking niet mogelijk als alimentatieplichtige in staat van faillissement is verklaard

Uitzondering faillissementswet (lijfsdwang mogelijk bij achterstand alimentatie) alleen van toepassing als een achterstand in alimentatie betaald kan worden uit geld dat niet in het faillissement valt.
Lees meer...

Indexeringspercentage alimentatie 2010 vastgesteld op 2,3%

Met ingang van 1 januari 2010 worden de de uitkeringen voor levensonderhoud verhoogd.
Lees meer...

Verlenging alimentatie na wettelijke termijn van 12 jaar bij arbeidsongeschikheid

Kan arbeidsongeschiktheid die is ontstaan na de echtscheiding een rol spelen bij een verzoek om verlenging?
Lees meer...

LBIO int naast kinderalimentatie ook partneralimentatie

Sedert 1 augustus 2009 is het LBIO gerechtigd ook partneralimentatie te innen.
Lees meer...