Misbruik van recht

Voeren van een procedure vaststelling kinderalimentatie in Marokko onrechtmatig. Enkel de Nederlandse rechter heeft rechtsmacht. Volgt bevel om de procedure in Marokko te staken en gestaakt te houden.

Aan zijn vordering legt de man ten grondslag dat de vrouw jegens hem onrechtmatig handelt door in strijd met de Nederlandse rechtsorde en het burgerlijk procesrecht in Marokko te procederen over kinderalimentatie ten behoeve van Nederlandse kinderen die in Nederland verblijven, waarbij de vrouw in die procedure ten onrechte en in strijd met de waarheid de indruk heeft gewekt dat zowel de man als de vrouw in Marokko woonachtig zouden zijn.

Het verweer van de vrouw komt er – kort samengevat – op neer dat zij van mening is dat zij het recht heeft in Marokko en naar Marokkaans recht te procederen. Een ontzegging door een Nederlandse rechter van toegang tot de Marokkaanse rechter zou naar stellen van de vrouw een disproportionele inperking van het recht op toegang tot de rechter betekenen en om die reden in strijd zijn met artikel 6 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna verder: EVRM).
Lees meer...

Kan een partij van wie een verzoek tot echtscheiding door eerste rechter is toegewezen in hoger beroep gaan tegen deze beslissing indien deze partij er bij nader inzien de voorkeur aan geeft van het verzoek af te zien?

De vrouw stelt dat de nieuwe vriendin van de man inmiddels is overleden, waardoor de vrouw kans ziet op verzoening. Van een duurzame ontwrichting is geen sprake, aldus de vrouw. De man kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het hoger beroep van de vrouw enkel is ingesteld om tijd te rekken met het inschrijven van de echtscheiding. Zolang de echtscheiding nog niet officieel is, geldt volgens de vrouw de in de voorlopige voorzieningenprocedure vastgestelde partneralimentatie nog.
Lees meer...

Hoger beroep tegen echtscheidingsbeschikking met als effect dat de voorlopige voorzieningen doorlopen. Onnodig veroorzaakte kosten. Proceskostenveroordeling.

De vrouw wenst in hoger beroep de uitgesproken echtscheiding ongedaan te maken. Zij stelt dat zij er een onmiskenbaar groot belang bij heeft dat er eerst een definitieve regeling wordt getroffen met betrekking tot de gevolgen van de echtscheiding en dat daarna pas de echtscheiding wordt uitgesproken.
Lees meer...

Hoger beroep instellen tegen de echtscheiding om bijdrage tot levensonderhoud in het kader van de voorlopige voorzieningen te verlengen is misbruik van procesbevoegdheid.

De vrouw heeft, aldus de man, misbruik gemaakt van (proces)recht dan wel van processuele bevoegdheid door, ondanks expliciete erkenning van de duurzame ontwrichting van het huwelijk, hoger beroep tegen de echtscheiding in te stellen waarmee de vrouw de duur van het huwelijk wil oprekken met het oog op de uitwerking van art. 1:157 lid 4 Burgerlijk Wetboek en daarmee de duur van de beschikking voorlopige voorzieningen. Het gerechtshof is het met deze stelling eens.
Lees meer...

Executiegeschil over kinderalimentatie. Geen misbruik van recht

Gesteld misbruik van recht door de vrouw niet aannemelijk geworden, nu de man rechtsmiddelen ter beschikking hebben gestaan die hij niet heeft benut en er bovendien inmiddels door hem een verzoekschriftprocedure tot wijziging van de vastgestelde kinderalimentatie is ingediend.
Lees meer...

Verzoeker trekt de procedure in vóór de behandeling; beslissing over de proceskosten.

De man heeft zijn verzoek bij brief van 22 februari 2010 ingetrokken. De vrouw heeft zich tegen deze intrekking verzet in die zin dat zij een kostenveroordeling van de man wenst nu hij de vrouw nodeloos in rechte heeft betrokken, wetende dat zijn verzoek geen kans van slagen had. De man betwist dat. Hij stelt dat hij zijn verzoek heeft ingetrokken omdat hij tijdens de procedure zijn huis heeft verkocht en aldus over vermogen en over tijdelijke extra rente-inkomsten beschikt, waardoor zijn draagkracht tot betaling van een kinderbijdrage is toegenomen.
Lees meer...