Omgang grootmoeder. Verwijzing vanuit België op grond van art. 15 Brussel IIbis.

De ouders hebben zich in februari 2014 om medische redenen met de kinderen in Nederland gevestigd. Zij hebben ook de intentie in Nederland te blijven wonen. Tussen partijen is ook niet in geschil dat de gewone verblijfplaats van de kinderen van België naar Nederland is verplaatst. Gelet hierop volgt het hof het hof van beroep in zijn oordeel dat de Nederlandse rechter beter dan de Belgische rechter in staat is om te oordelen over de omgangsregeling tussen de kinderen en de grootmoeder.
Lees meer...

Voeren van een procedure vaststelling kinderalimentatie in Marokko onrechtmatig. Enkel de Nederlandse rechter heeft rechtsmacht. Volgt bevel om de procedure in Marokko te staken en gestaakt te houden.

Aan zijn vordering legt de man ten grondslag dat de vrouw jegens hem onrechtmatig handelt door in strijd met de Nederlandse rechtsorde en het burgerlijk procesrecht in Marokko te procederen over kinderalimentatie ten behoeve van Nederlandse kinderen die in Nederland verblijven, waarbij de vrouw in die procedure ten onrechte en in strijd met de waarheid de indruk heeft gewekt dat zowel de man als de vrouw in Marokko woonachtig zouden zijn.

Het verweer van de vrouw komt er – kort samengevat – op neer dat zij van mening is dat zij het recht heeft in Marokko en naar Marokkaans recht te procederen. Een ontzegging door een Nederlandse rechter van toegang tot de Marokkaanse rechter zou naar stellen van de vrouw een disproportionele inperking van het recht op toegang tot de rechter betekenen en om die reden in strijd zijn met artikel 6 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna verder: EVRM).
Lees meer...

Waar heeft het kind zijn gewone verblijfplaats? Is inschrijving BRP beslissend?

Ingevolge artikel 8 lid 1 Brussel II-bis zijn ter zake de ouderlijke verantwoordelijkheid bevoegd de gerechten van de lidstaten op het grondgebied waarvan het kind zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt, dat wil zeggen het tijdstip waarop het inleidend gedingstuk wordt ingediend. Op grond van het perpetuatio fori-beginsel blijft een bij aanvang van de procedure in eerste aanleg bestaande bevoegdheid in beginsel in stand, dus ook als bijvoorbeeld de gewone verblijfplaats van het kind zich nadien wijzigt.
Lees meer...

Door welk nationaal recht worden de huwelijksvermogensrechtelijke betrekkingen van partijen beheerst?

Voor het vestigen van een eerste huwelijksdomicilie in de zin van artikel 4 lid 1 HHV is nodig dat beide echtgenoten hun gewone verblijfplaats in hetzelfde land hebben. Partijen twisten over de vraag of de man zijn gewone verblijfplaats op enig moment naar Thailand heeft verplaatst.
Lees meer...

Wat is de verhouding tussen het HKOV & EVRM bij ontvoering uit een staat die geen partij is bij die verdragen? Wijziging van de inhoud processtukken. Wat is hiervan de consequentie?

Verzoek tot teruggeleiding afgewezen aangezien de vader heeft ingestemd met de wijziging van de verblijfplaats van de minderjarige.
Lees meer...

Erkenning Marokkaans echtscheidingsvonnis

Bij vonnis van 24 juli 2012 heeft de rechtbank te Casablanca, Marokko, op verzoek van de man de echtscheiding uitgesproken op grond van duurzame ontwrichting van het huwelijk. De vrouw meent dat de Nederlandse rechter bevoegd was en naar Nederlandse recht had moeten oordelen.
Lees meer...

Welke rechter is bevoegd te oordelen over de hoofdverblijfplaats als de moeder met het kind naar het buitenland is verhuisd

Rechter is bevoegd waar minderjarige zijn gewone verblijfplaats heeft. Vader in Nederland. Moeder en kind (moeder had eenhoofdig gezag) zijn verhuisd naar Sint Maarten. Nederlandse rechter verklaart zich onbevoegd om te kunnen oordelen inzake hoofdverblijfplaats minderjarige.
Lees meer...

Welk huwelijksvermogensrecht is van toepassing? Afspraken van partijen zonder tussenkomst notaris.

De man stelt zich op het standpunt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat Nederlands recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van partijen. Hij stelt dat partijen een rechtskeuze voor Oekraïense huwelijksvermogensrecht hebben gedaan en verwijst daarvoor naar de tussen partijen gesloten overeenkomst van 18 april 2004. De man betoogt dat gekeken moet worden naar wat partijen bewogen heeft om die overeenkomst aan te gaan. De beweegredenen van partijen waren, volgens de man, onder meer gelegen in de omstandigheid dat partijen in de Oekraïne gingen trouwen, waar geen gemeenschap van goederen bestaat, als gevolg waarvan het huwelijk voor de man, die 17 jaar ouder is dan de vrouw en die in tegenstelling tot de vrouw vermogen had, geen vermogensrechtelijke risico’s met zich meebracht.
Lees meer...