Is een niet met het gezag belaste vader verplicht om omgang te hebben met zijn kind?

Vaststelling omgangsregeling, nu niet is gebleken van een uitzonderingsgeval als bedoeld in art. 1:377a lid 3 BW. Het belang van de minderjarige om contact te hebben met zijn vader dient te prevaleren boven de wens van de vader om geen contact te hebben, nu zijn andere kinderen niet op de hoogte zijn van het bestaan van de minderjarige en de vader een omgangsregeling daardoor te complex vindt om uit te voeren.

Rechtbank Breda, 22 maart 2011, LJN:
BR1570