Samenwonen als ware men gehuwd: bewijs van samenwoning met name op grond van analyse bankafschriften en lage verbruik energie en water.

Aan de orde is de beantwoording van de vraag of de man heeft bewezen dat de vrouw, die een duurzame affectieve relatie met [partner] heeft (die volgens haar eigen verklaring in ieder geval in de loop van 2012 is uitgegroeid tot die duurzame relatie) met die [partner] sedert 1 maart 2012 duurzaam samenwoont en dat zij een gemeenschappelijke huishouding hebben en elkaar wederzijds verzorgen.
Lees meer...

Houding vader staat aan een omgangsregeling in de weg.

Bij beschikking van 29 september 2010 (welke beschikking is bekrachtigd bij beschikking van dit hof van 10 mei 2011) is het contact tussen de vader en de kinderen geschorst. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat iedere basis voor een omgangsregeling ontbreekt. Niet alleen de sterke weerstand bij de kinderen en het gebrek aan vertrouwen bij de moeder, maar met name de houding van de vader maakten dat het weer starten van een omgangsregeling op dat moment absoluut onmogelijk werd geacht.
Lees meer...

Afwijzing verzoek tot eenhoofdig gezag indien het risico bestaat dat een ouder door deze beslissing buiten spel wordt gezet.

In het geval ouders niet (meer) samenleven en moeizaam of niet communiceren, kan dat betekenen dat, waar nodig, de verzorgende ouder die beslissingen kan nemen die voor het dagelijkse leven en de veiligheid van (spoedeisend) belang zijn voor het kind en dat de niet-verzorgende ouder deze beslissingen niet blokkeert. Ook is het van belang dat ouders ten minste in staat zijn het kind buiten hun onderlinge problemen te houden. Indien bovengenoemde omstandigheden aanwezig zijn, zal er geen onaanvaardbaar risico zijn dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders. Andere redenen kunnen evenwel een wijziging van het gezag noodzakelijk maken.
Lees meer...

Co-ouderschap. Geen draagvlak voor een 7-7-regeling.

De moeder is – kort gezegd – van mening dat er geen ruimte is voor een uitbreiding van de huidige contactregeling als door de rechtbank bepaald. Zij werkt sinds april 2015 vanuit huis en kan haar eigen rooster inplannen. Zo is zij altijd vrij als de minderjarige thuiskomt. Volgens de moeder is de minderjarige niet gebaat bij een regeling, waarbij hij om en om zeven dagen bij haar en zeven dagen bij de vader verblijft. Dit is te onrustig voor hem. Daarnaast vertrouwt de moeder er niet op dat hij bij de vader in goede handen is voor zo’n lange periode. De vader heeft in het verleden drugs gebruikt, waardoor hij vaak (verbaal) agressief gedrag vertoonde. Ook maakte de vader schulden en is hij diverse malen uit huis gezet, omdat hij de huur niet had betaald. Verder haalt de vader de minderjarige vaak niet zelf van school af, maar laat hij dat over aan zijn nieuwe partner. Dat partijen nauwelijks met elkaar communiceren zorgt er voor dat de contactregeling redelijk verloopt, aldus de moeder.
Lees meer...

Omgang grootmoeder. Verwijzing vanuit België op grond van art. 15 Brussel IIbis.

De ouders hebben zich in februari 2014 om medische redenen met de kinderen in Nederland gevestigd. Zij hebben ook de intentie in Nederland te blijven wonen. Tussen partijen is ook niet in geschil dat de gewone verblijfplaats van de kinderen van België naar Nederland is verplaatst. Gelet hierop volgt het hof het hof van beroep in zijn oordeel dat de Nederlandse rechter beter dan de Belgische rechter in staat is om te oordelen over de omgangsregeling tussen de kinderen en de grootmoeder.
Lees meer...

Voeren van een procedure vaststelling kinderalimentatie in Marokko onrechtmatig. Enkel de Nederlandse rechter heeft rechtsmacht. Volgt bevel om de procedure in Marokko te staken en gestaakt te houden.

Aan zijn vordering legt de man ten grondslag dat de vrouw jegens hem onrechtmatig handelt door in strijd met de Nederlandse rechtsorde en het burgerlijk procesrecht in Marokko te procederen over kinderalimentatie ten behoeve van Nederlandse kinderen die in Nederland verblijven, waarbij de vrouw in die procedure ten onrechte en in strijd met de waarheid de indruk heeft gewekt dat zowel de man als de vrouw in Marokko woonachtig zouden zijn.

Het verweer van de vrouw komt er – kort samengevat – op neer dat zij van mening is dat zij het recht heeft in Marokko en naar Marokkaans recht te procederen. Een ontzegging door een Nederlandse rechter van toegang tot de Marokkaanse rechter zou naar stellen van de vrouw een disproportionele inperking van het recht op toegang tot de rechter betekenen en om die reden in strijd zijn met artikel 6 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna verder: EVRM).
Lees meer...

Is een overbruggingskrediet aangegaan ten behoeve van de normale bedrijfsuitoefening van die vennootschap (art. 1:88 lid 5 BW)?

Eiser heeft op 20 mei 2011 een borgtochtovereenkomst getekend, waarin hij zich borg stelt tot een bedrag van ten hoogste € 270.000,--, tot zekerheid voor de voldoening van alles wat de onderneming aan ING schuldig is of zal worden. Deze overeenkomst is niet medeondertekend door de echtgenote van eiser. Over de ondertekening door de echtgenote van [eiser] en de zekerheidsverstrekking ter zake van de verplichtingen uit borgtocht hebben eiser en ING gecorrespondeerd. Dit heeft niet geleid tot medeondertekening door de echtgenote van eiser. Evenmin heeft eiser zekerheid verstrekt.
Lees meer...

Wat zijn de rechtsgevolgen van een wrakingsverzoek dat niet is ingediend door een advocaat?

Op 20 november 2014 heeft in het hoger beroep een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Op 19 mei 2015 is bij het hof een verzoek ingekomen van de man dat onder meer strekte tot wraking van de behandelend raadsheer-plaatsvervanger mr. Van Montfoort. Het hof heeft de mondelinge behandeling voortgezet op 20 mei 2015. De man is toen niet verschenen.
Lees meer...

Kan een partij van wie een verzoek tot echtscheiding door eerste rechter is toegewezen in hoger beroep gaan tegen deze beslissing indien deze partij er bij nader inzien de voorkeur aan geeft van het verzoek af te zien?

De vrouw stelt dat de nieuwe vriendin van de man inmiddels is overleden, waardoor de vrouw kans ziet op verzoening. Van een duurzame ontwrichting is geen sprake, aldus de vrouw. De man kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het hoger beroep van de vrouw enkel is ingesteld om tijd te rekken met het inschrijven van de echtscheiding. Zolang de echtscheiding nog niet officieel is, geldt volgens de vrouw de in de voorlopige voorzieningenprocedure vastgestelde partneralimentatie nog.
Lees meer...

Laesio enormis. Partij komt geen beroep toe op dwaling als bedoeld in artikel 3:196 BW.

De man heeft in eerste aanleg een beroep gedaan op de dwalingsregeling neergelegd in artikel 196 Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en voorts op (de beperkende werking van) de redelijkheid en billijkheid. In eerstgenoemd wetsartikel is in lid 2 een rechtsvermoeden van dwaling opgenomen, indien benadeling voor meer dan een vierde gedeelte is bewezen.
Lees meer...

Kinderalimentatie. Onvoldoende draagkracht.

De ingangsdatum van de eventuele wijziging van de eerder vastgestelde onderhoudsbijdrage, zijnde 9 september 2013, de datum van indiening van het inleidende verzoekschrift, is tussen partijen niet in geschil, zodat ook het hof die datum als uitgangspunt zal nemen. De man stelt dat zijn draagkracht ontoereikend is om de vastgestelde bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] van (geïndexeerd naar 2013) € 285,- per maand te voldoen.
Lees meer...

Partneralimentatie; niet-wijzigingsbeding; deskundigenonderzoek.

De man heeft gesteld dat er sprake is van een volkomen wanverhouding tussen hetgeen partijen bij het sluiten van het echtscheidingsconvenant in 2011voor ogen stond en wat zich naderhand in werkelijkheid heeft voorgedaan en wel zodanig, dat het in hoge mate onbillijk is dat de vrouw de man aan het niet-wijzigingsbeding houdt.
Lees meer...

Partneralimentatie kan niet eerder ingaan dan nadat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

Onderdeel II klaagt onder meer dat het hof door de ingangsdatum van de alimentatie te bepalen op 17 april 2014, heeft miskend dat de alimentatieverplichting niet mag ingaan vóór de datum van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.
Lees meer...

Partnerbijdrage. grievende uitlatingen. lotsverbondenheid niet geeindigd.

Als grondslag voor de onderhoudsverplichting van artikel 1:157 lid 1 BW wordt de lotsverbondenheid tussen gewezen echtgenoten aangenomen. In uitzonderlijke gevallen kan grievend gedrag van één der gewezen echtgenoten jegens de ander tot de conclusie leiden dat aan iedere lotsverbondenheid tussen de gewezen echtgenoten een einde is gekomen. In een dergelijk geval kan de rechter oordelen dat betaling van een uitkering tot levensonderhoud in redelijkheid niet (langer) kan worden gevergd. Ook kan grievend gedrag aanleiding zijn om de onderhoudsverplichting te matigen.
Lees meer...

Onvoldoende is komen vast te staan dat de ontwikkelingsbedreigingen niet in het vrijwillige kader kunnen worden weggenomen. OTS niet (meer) noodzakelijk.

Het hof gaat ervan uit dat de vader de noodzakelijke hulpverlening verder gestalte zal geven en zal accepteren. Indien dit niet het geval zou blijken en/of de ingezette hulpverlening in het vrijwillig kader onvoldoende is om de ontwikkelingsbedreiging van de kinderen weg te nemen zal alsnog hulpverlening in een gedwongen kader aan de orde zijn.
Lees meer...

Tabel kosten van kinderen bij hoog inkomen op de helling?

Volgens de klacht heeft het hof miskend dat de vrouw gemotiveerd had gesteld dat afgeweken diende te worden van de norm van die tabel en dat het hof daarom in het onderhavige geval aan de tabelbedragen geen toepassing had mogen geven. Het hof had aan de hand van alle omstandigheden van het geval de werkelijke kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen dienen te berekenen, aldus de klacht.
Lees meer...

Belangrijke aanwijzing van de Hoge Raad aan rechtbanken en gerechtshoven. Voeg een berekening achter de alimentatiebeschikking.

Een beslissing over alimentatie dient ten minste zodanig te worden gemotiveerd, dat zij voldoende inzicht geeft in de aan haar ten grondslag liggende gedachtegang om de beslissing zowel voor partijen als voor derden – de hogere rechter daaronder begrepen – controleerbaar en aanvaardbaar te maken (HR 7 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:262).
Lees meer...

De verplichting tot levensonderhoud ten behoeve van een jong-meerderjarige wordt gematigd op grond van kwetsend gedrag.

Ingevolge artikel 1:399 van het Burgerlijk Wetboek kan de rechter de verplichting tot levensonderhoud matigen op grond van zodanige gedragingen van de tot onderhoud gerechtigde, dat verstrekking van levensonderhoud naar redelijkheid niet of niet ten volle kan worden gevergd.
Lees meer...

Verdeling huwelijksgemeenschap. Ontnemingsvordering wegens invoer cocaïne niet verknocht.

Op grond van de stukken is komen vast te staan dat de man bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 oktober 2006 is veroordeeld wegens de invoer van cocaïne in Nederland over de periode van 1 maart 2003 tot en met 29 maart 2003. Uit het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 1 juli 2011 blijkt dat in hoger beroep het door de man aan de Staat te betalen geldbedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel op een bedrag van € 31.909,-- is gesteld. De vrouw beroept zich primair op artikel 1:94 lid 3 BW. Op grond van deze bepaling vallen goederen en schulden die aan een der echtgenoten op enigerlei bijzondere wijze zijn verknocht, slechts in de gemeenschap voor zover die verknochtheid zich hiertegen niet verzet.
Lees meer...

Opnieuw wel bijstandsverhaal kinderalimentatie na 1 januari 2015.

In een serie uitspraken over dit onderwerp is er opnieuw geoordeeld dat bijstandsverhaal met betrekking tot kinderalimentatie mogelijk blijft na 1 januari 2015. De kaarten lijken nu wel geschud. Een recent voorbeeld volgt hier.
Lees meer...

Omgangsregeling in het belang van de minderjarigen. Onvoldoende objectieve aanwijzingen dat de vader de minderjarigen in een onveilige situatie brengt.

Naar aanleiding van een politiemelding, waarin staat aangegeven dat de vader op vrijdagavond 18 september 2015 is aangehouden wegens mishandeling, heeft de moeder beslist de minderjarigen niet langer volgens de vastgestelde omgangsregeling onbegeleid en zonder toezicht bij de vader te laten verblijven.
Lees meer...

Afbouw partneralimentatie; van de hoogopgeleide vrouw kan worden verwacht dat zij op termijn geheel in eigen levensonderhoud voorziet.

De vrouw is 47 jaar oud, afgestudeerd in informatica, en de kinderen van partijen gaan inmiddels hun eigen weg. De vrouw toont volgens de man niet aan te solliciteren, terwijl zij geacht kan worden minstens een inkomen gelijk aan de bijstandsnorm te kunnen verwerven en binnen vier jaar na echtscheiding € 2.000,- bruto per maand. Vanaf mei 2018 moet zij volgens de man in staat worden geacht geheel in eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. De vrouw bestrijdt de stellingen van de man. Partijen hebben destijds gekozen voor een traditionele zorgverdeling en zij heeft vanaf 2000 haar vakgebied niet meer bijgehouden. Zij heeft in haar tekort voorzien door leningen bij haar familie af te sluiten.
Lees meer...

Is een ter zitting bij de rechtbank overeengekomen (minimale) kinderalimentatie aantastbaar in hoger beroep? Spijtoptant.

De man leeft onder de bijstandsnorm en wordt deels onderhouden door zijn ouders. Hij is van mening dat het hem niet is aan te rekenen dat er een minimale bijdrage in eerste aanleg is vastgelegd, nu een en ander tijdens de zitting zo snel ging dat de man eerst na de mondelinge behandeling besefte wat er was afgesproken.
Lees meer...

De man heeft de kinderen zonder toestemming van de vrouw meegenomen naar Egypte. Na een half jaar is hij teruggekomen. Beëindiging gezag en afwijzing verzoek omgangsregeling.

Bij de beoordeling van de verzoeken van de man zijn de volgende omstandigheden van belang. De verhouding tussen de ouders is zeer ernstig verstoord. Ten tijde van het uiteengaan van partijen heeft een (gewelds)incident plaatsgevonden. De vrouw heeft hiervan aangifte gedaan bij de politie. De man is vervolgens in november 2014 onverwacht en zonder toestemming van de vrouw met de kinderen, destijds twee en drie jaar oud, vertrokken naar Egypte.
Lees meer...

Gemeente die bijstand verstrekt geen belanghebbende bij een procedure tussen ex-echtgenoten over partneralimentatie.

Het hof dient de vraag te beantwoorden of de gemeente als belanghebbende is aan te merken. De procedure in eerste aanleg is gevoerd tussen de man en de vrouw. Dit betrof een procedure tussen ex-echtgenoten aangaande partneralimentatie. De gemeente is tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gegaan.
Lees meer...

Ondanks slechte communicatie en aangifte wegens bedreiging met een mes toch gezamenlijk gezag

Uit artikel 1:253c lid 2 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) volgt dat het verzoek van de tot het gezag bevoegde vader om de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten slechts wordt afgewezen, indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of indien afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Lees meer...

Eenvoudige gemeenschap van woning. Voor welk deel hebben partijen recht op de opbrengst na verkoop en wie betaalt de kosten?

Ten aanzien van de voormalige echtelijke woning is sprake van een eenvoudige gemeenschap op de voet van artikel 3:166 BW. Vaststaat dat de eigendom van de op 16 september 2013 aan een derde geleverde woning voor drie/vijfde deel berustte bij de vrouw en voor twee/vijfde deel bij de man. Er is discussie over de vraag hoe de verkoopopbrengst van de woning en de kosten van de verkoop tussen partijen moet worden verdeeld.
Lees meer...

Hoger beroep tegen de echtscheiding niet-ontvankelijk. Gebrek aan belang.

Ter zitting is namens de vrouw verklaard dat zij zich om haar moverende redenen niet kan verenigen met de echtscheiding en de inschrijving daarvan. Zij heeft de band tussen het verzoek tot echtscheiding en de verzochte nevenvoorziening in stand willen laten.
Lees meer...

Ernstig verstoorde communicatie en moeilijke bereikbaarheid van vader leidt tot eenhoofdig gezag van moeder

Ondanks de moeilijke bereikbaarheid van de man en moeizame verstandhouding tussen partijen heeft de vrouw zich blijkens de stukken ervoor ingespannen om in het belang van de kinderen de onderlinge communicatie tussen partijen te verbeteren en de contacten tussen de man en de kinderen te herstellen dan wel te behouden, mede door inschakeling van derden.
Lees meer...

Kan een aanvullend verzoek worden gedaan nadat de mondelinge behandeling van de terechtzitting is gesloten en de rechter de datum voor een uitspraak heeft bepaald?

De zaak is op 26 mei 2014 ter terechtzitting behandeld, alwaar de man nog nadere stukken heeft overgelegd. Vervolgens heeft de man op 25 juli 2014 een aanvullend verzoek in hoger beroep ingediend.
Lees meer...

Tot wanneer werken voorlopige voorzieningen (bijdrage levensonderhoud) door?

De vrouw heeft in hoger beroep gesteld dat zij haar stelling ter zake de duurzame ontwrichting van het huwelijk intrekt en de stelling van de man ter zake de duurzame ontwrichting bestrijdt, totdat het hof de vrouw alsnog een door de man te betalen bijdrage in haar levensonderhoud toekent. De man heeft deze stelling gemotiveerd betwist.
Lees meer...

Wanneer is toestemming van de andere echtgenoot vereist in het kader van een borgtocht? Toepassing van het bepaalde in artikel 1:88 lid 5 BW (Soetelieve/Stienstra-Fieten)

Stellende dat haar op grond van art. 1:88 lid 1, aanhef en onder c BW, vereiste toestemming ontbreekt, heeft Fieten vernietiging gevorderd van de borgstelling door haar echtgenoot in privé ten behoeve van Soetelieve gedaan, althans een verklaring voor recht dat deze rechtshandeling nietig is.
Lees meer...

Dient afrekening van huishoudkosten jaarlijks plaats te vinden na afloop van ieder kalenderjaar of kan dat ook aan het einde van het huwelijk? Rechtsverwerking (Ter Kuile/Kofman)

Partijen zijn in 1955 met elkaar gehuwd. In de tussen hen geldende huwelijksvoorwaarden is onder meer bepaald dat de vrouw het vrije genot heeft van haar inkomsten en dat de de kosten van de huishouding, de opvoeding van de uit het huwelijk geboren kinderen en alle verdere uit het huwelijk voortvloeiende kosten door de man zullen worden gedragen. De vrouw werkte voor de BV van de man van de man en zij heeft daarvoor nimmer salaris ontvangen. Op deze wijze heeft zij indirect bijgedragen in de kosten van de huishouding en vraagt nu verrekening over een reeks van jaren.
Lees meer...

Gezamenlijk gezag, dat alleen uitgeoefend kan worden onder permanente regie van professionele hulpverlening, vormt geen basis voor het uitoefenen daarvan.

Uit het raadsrapport van 26 november 2014 blijkt dat de ouders fel op elkaar reageren en dat zij voor de nodige onderlinge communicatie afhankelijk zijn van de hulpverlening. De moeder heeft bij de raad aangegeven eigenlijk geen contact meer met de vader te willen hebben. Zij zegt angst te hebben voor de vader. Er zijn meerdere pogingen gedaan door de hulpverlening om de communicatie tussen de ouders te verbeteren maar deze zijn op niets uitgelopen. Op basis hiervan concludeert de raad dat de ouders nu en in de toekomst niet in staat zullen zijn zelfstandig met elkaar te communiceren en samen beslissingen te nemen over de kinderen.
Lees meer...

Valt een herbelegging van een verknocht goed automatisch in het eigen vermogen van een echtgenoot?

Partijen zijn op 24 juni 1977 met elkaar gehuwd onder het maken van huwelijkse voorwaarden die uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen inhouden. Deze voorwaarden bepalen voorts dat bij ontbinding van het huwelijk partijen afrekenen alsof zij in gemeenschap van goederen zijn gehuwd. Aan de vrouw is in 1975 een ongeval overkomen. In verband daarmee is aan haar een schadevergoeding uitgekeerd, in totaal tot een bedrag van ƒ 300.000,--. De vrouw heeft van dit bedrag tijdens het huwelijk een perceel grond gekocht, waarop later de voormalige echtelijke woning is gebouwd. De vrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het vermelde perceel grond buiten het vermelde verrekenbeding dient te blijven.
Lees meer...

Moet een wrakingsverzoek door een advocaat worden ondertekend?

Verzoeker is gedagvaard in een kort geding procedure. Het geschil in dat kort geding betreft een voorlopige opschorting van de in de beschikking van 3 september 2015 bepaalde omgangsregeling. Op 27 oktober 2015 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, gehouden door mr. P.J.G. van Osta. Verzoeker heeft zelfstandig een verzoek tot wraking van mr. Van Osta ingediend bij brief van 28 oktober 2015 en door deze rechtbank op diezelfde datum ontvangen.
Lees meer...

Huwelijksvermogensrecht. Moet de rechter ook uitgaan van het Haviltexcriterium indien er een groot gewicht toekomt aan de taalkundige betekenis van een overeenkomst?

Het gerechtshof heeft overwogen dat het Haviltexcriterium hier geen uitkomst biedt, nu partijen op de tekst van de overeenkomst haaks op elkaar staande bedoelingen en verwachtingen baseren en geen van beider interpretaties aanstonds volstrekt onaannemelijk is. Vervolgens leidt het hof de betekenis van de desbetreffende passage af uit de tekst van de overeenkomst. De Hoge Raad oordeelt echter anders.
Lees meer...

Welke gegevens dient een DGA in het kader van de berekening zijn draagkracht in het geding te brengen?

De man is van mening dat de rechtbank ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de omvangrijke (aflossingen op de) schuld van partijen aan [naam] (hierna: de vennootschap) en aan derden. De aflossingen op deze schulden drukken zodanig op zijn netto besteedbaar inkomen dat er geen ruimte is voor het betalen van kinderalimentatie. De rechtbank is in de visie van de man uitgegaan van een te hoog jaarsalaris, gebaseerd op de jaarstukken 2013. Sinds begin 2015 heeft de man in verband met een teruglopende omzet, zijn inkomen verlaagd. Dit bedraagt thans € 2.500,- netto per maand. Door vermindering van het aantal toevoegingen dat de man mag behandelen, gaat het de vennootschap aanzienlijk slechter dan voorheen.
Lees meer...

Toepassing aanvullende werking redelijkheid en billijkheid bij huwelijkse voorwaarden (Melkquotum)

Partijen zijn op 6 mei 1977 met elkaar gehuwd. De akte van huwelijkse voorwaarden van 5 mei 1977 bepaalt dat tussen partijen geen enkele vermogensgemeenschap zal bestaan. De door de vrouw aangebrachte weilanden zijn gelegen in Oosterwolde en grenzen aan de weilanden van de man. De man heeft deze grond van de vrouw tijdens het huwelijk in gebruik gehad; voor dit gebruik heeft de vrouw van de man geen vergoeding ontvangen. In het kader van de Beschikking superheffing 1985 is aan de man een heffingvrij melkquotum toegekend dat ook zag op de grond van de vrouw.
Lees meer...

Vergoedingsrecht investering in de woning van de andere partner. Niet voldoen aan stelplicht.

Blijkens de akte van huwelijkse voorwaarden was tussen partijen elke gemeenschap van goederen uitgesloten. De voormalige echtelijke woning, is eigendom van de man. Niet is weersproken dat er een ingrijpende verbouwing ten behoeve van de (middelste verdieping van de drive-in) woning heeft plaatsgevonden in 2010, zodat op de vraag naar (de hoogte van) het gestelde vergoedingsrecht van de vrouw conform rechtspraak van vóór 1 januari 2012, de datum van inwerkingtreding van de huidige artikelen 1:87 en 1:95 van het Burgerlijk Wetboek, de nominale leer van toepassing is. Tussen partijen is ook niet in geschil dat de vrouw een vergoedingsrecht heeft vanwege haar bijdrage uit privé-vermogen ten behoeve van (de verbouwing van) het woonhuis van de man, partijen twisten echter over de hoogte daarvan.
Lees meer...

Heeft de vrouw op grond van de redelijkheid en billijkheid recht op een deel van de waardestijging van het bedrijf van de man als zij daar voor niets gewerkt heeft en het bedrijf in waarde is gestegen? Koude uitsluiting. (Hilversumse horeca)

Stellende dat haar arbeid in het bedrijf heeft geleid tot een vermogenstoename aan de zijde van de man en dat de man haar naar redelijkheid en billijkheid alsnog een vergoeding ten bedrage van ƒ 85.000,– verschuldigd is, heeft de vrouw in rechte betaling van dat bedrag gevorderd nadat het huwelijk van partijen door echtscheiding was ontbonden. De man heeft de gestelde vermogenstoename ontkend en ook overigens de vordering betwist.
Lees meer...

Een uitsluitingsclausule in een testament gaat voor huwelijkse voorwaarden (uitsluitingsclausule dwingt).

Bij een afrekening tussen buiten gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoten als waren zij in gemeenschap van goederen gehuwd kan niet een goed worden betrokken ten aanzien waarvan een erflater of schenker heeft bepaald dat het slechts ten goede komt aan één van de echtgenoten.
Lees meer...

De vrouw doet afstand van partneralimentatie in ruil voor een Volkswagen Polo. Volgens het gerechtshof is er sprake van misbruik van omstandigheden bij het sluiten van de vaststellingsovereenkomst.

De man heeft zich erop beroepen dat partijen een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten met betrekking tot de partneralimentatie. Tijdens de mondelinge behandeling is de gang van zaken tussen partijen met betrekking tot de totstandkoming daarvan aan de orde gekomen. De vrouw stelt dat de overeenkomst vanwege een wilsgebrek (bedreiging, bedrog, misbruik van omstandigheden, dwaling) buiten beschouwing dient te worden gelaten.
Lees meer...

Wijziging partneralimentatie. Niet-wijzigingsbeding. Falend beroep op dwaling en misbruik van omstandigheden.

De man heeft zich in eerste aanleg beroepen op de vernietigbaarheid van het in artikel 2 van het echtscheidingsconvenant neergelegde niet-wijzigingsbeding op grond van dwaling. De rechtbank heeft dit beroep getoetst aan de vereisten van artikel 6:228 Burgerlijk Wetboek (BW) en geoordeeld dat aan die vereisten niet is voldaan.
Lees meer...

Eindbeschikking na beantwoording prejudiciële vragen. Het inkomen van de vrouw wordt verhoogd met totale kindgebonden budget.

Thans ligt nog uitsluitend aan het hof voor een beslissing ter zake van de door de man met ingang van 1 januari 2015 aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind. Hoe wordt dit berekend met inachtneming van de uitspraak van de Hoge Raad van 9 oktober 2015?
Lees meer...

Wat te doen als niet duidelijk is wat de omvang is van een verrekenvordering op grond van een niet uitgevoerd periodiek verrekenbeding?

Nu de vrouw stelt op grond van het niet uitgevoerde verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden een vordering op de man te hebben, ligt het op haar weg aan te geven wat in haar visie de peildatum is voor de samenstelling en de omvang van het te verrekenen vermogen en hoeveel haar verrekenvordering bedraagt.
Lees meer...

Bij het opstellen van een behoefteberekening moet rekening worden gehouden met de ontvangen toeslagen. Deze verlagen de behoefte.

Hetgeen partijen thans nog verdeeld houdt, is de bijdrage van de man in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw met ingang van 1 januari 2015. De man betoogt dat de vrouw volledig in haar eigen huwelijksgerelateerde behoefte kan voorzien, hetgeen door de vrouw wordt betwist.
Lees meer...

Kan het bepaalde in artikel 1:81 BW (getrouwheid, hulp, bijstand en elkander het nodige verschaffen) basis zijn voor vermogensoverdracht na het huwelijk? (Bloemendaalse horeca)

Man en vrouw waren sedert 9 juni 1970 met uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen gehuwd (koude uitsluiting). De man had een aantal horecabedrijven (o.a. in Bloemendaal). De vrouw had geen eigen vermogen meer. De man wilde in 1983 scheiden en vorderde echtscheiding. Daarop vorderde de vrouw in deze procedure in reconventie een deel van de horecabedrijven van de man op grond van art. 1:81 BW.
Lees meer...

Wat is het rechtsgevolg van het niet betalen van een voorschotbedrag ten behoeve van een door de rechter benoemde deskundige?

Het hof heeft een deskundige benoemd ter beantwoording van de vraag of op grond van de administratie kan worden vastgesteld dat de aan de ING-rekening onttrokken gelden afkomstig zijn uit de door de man ontvangen nalatenschap en/of schenking. Het voorschot in de deskundigenkosten is gelijkelijk ten laste van partijen gebracht, waarbij voorts is bepaald dat de vrouw haar helft van het voorschot binnen twee weken aan het hof moet overmaken. In zijn tussenbeschikking van 24 juli 2014 heeft het hof de bezwaren van de vrouw tegen de hoogte van het voorschotbedrag en de verdeling daarvan over partijen niet gehonoreerd. Uiteindelijk heeft de vrouw het voorschot niet betaald.
Lees meer...

Verzoek aan rechtbank tot vervangende toestemming tot erkenning kind (art. 1:204 lid 3 BW). Door moeder aan andere man gegeven toestemming voordat verzoek bij rechtbank was ingediend, maar nadat verwekker bij brief van zijn advocaat om toestemming aan de moeder had gevraagd. Is de gegeven toestemming voorwaardelijk?

Van meet af aan heeft de man (verwekker) de dochter willen erkennen als zijn kind, maar de moeder heeft daarvoor steeds geen toestemming willen geven. De man heeft bij brief van zijn advocaat van 4 december 2012 aan de moeder verzocht hem toestemming te verlenen om de dochter te erkennen. Op 18 december 2012 heeft de moeder een andere man (nieuwe partner) toestemming gegeven het kind te erkennen. Sinds 4 maart 2013 zijn de moeder en haar nieuwe partner gezamenlijk belast met het gezag over de dochter. De man is op 18 februari 2013 gaan procederen tegen de vrouw met als inzet alsnog het kind te kunnen erkennen (artikel 1:204 lid 3 BW) en een omgangsregeling.
Lees meer...

Aan de grond voor beëindiging van het gezamenlijk gezag is voldaan; klemcriterium. Man wordt belast met eenhoofdig gezag.

Ter beoordeling ligt de vraag voor of de rechtbank terecht en op goede gronden het verzoek van de man om hem te belasten met het eenhoofdig gezag over de kinderen heeft toegewezen.
Lees meer...

Geen belasting afgedragen door de vrouw voor door haar ontvangen bedragen in het kader van voorlopige voorzieningen. Wie betaalt de belastingschuld? (Verknochte belastingschuld?)

Het geschil tussen partijen of de onderhavige belasting- en premieschulden moeten worden aangemerkt als gemeenschapsschulden dan wel als privé-schulden van de vrouw, heeft betrekking op de verdeling van de tussen hen bestaande gemeenschap. Dit brengt mee dat het niet gaat om de vraag op welk(e) vermogen(s) die schulden verhaalbaar zijn, maar enkel om de vraag of die schulden door beide echtgenoten dan wel uitsluitend door de vrouw moeten worden gedragen.
Lees meer...

Gestelde omstandigheden zijn niet zodanig ingrijpend dat niet-wijzigingsbeding kan worden doorbroken. Proceskostenveroordeling.

De man stelt dat is niet meer in staat aan zijn alimentatieverplichtingen te voldoen. Hij krijgt nog nauwelijks opdrachten. Hij heeft veel aan acquisitie gedaan. Ook is hij ziek. De lotsverbondenheid geldt ook in mindere tijden in die zin dat de partneralimentatie dan behoort te worden verminderd. De vrouw stelt dat de man voorbij gaat aan het feit dat partijen in het kader van de procedure bij het Gerechtshof een niet-wijzigingsbeding zijn overeengekomen, als bedoeld in artikel 1:159 lid 3 BW. Volgens de jurisprudentie dient er sprake te zijn van een zo ingrijpende wijziging van omstandigheden dat er een wanverhouding is ontstaan tussen wat partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond en wat zich in werkelijkheid heeft voorgedaan.
Lees meer...

Vrouw is - in dit specifieke geval - niet gehouden de helft van de schuld en de kosten van de echtelijke woning die partijen gezamenlijk toebehoort te voldoen.

De achtste grief van de vrouw en de zevende grief van de man zien op de beslissing van de rechtbank dat de vrouw over de periode van 3 juli 2013 tot het moment van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking, ofwel 26 november 2014, de helft van de te betalen hypotheekrente en de helft van de eigenaarslasten OZB, alsmede het volledige gebruikersdeel OZB aan de man dient te vergoeden. Het gerechtshof acht de door de vrouw geformuleerde grief gegrond.
Lees meer...

Is een invaliditeitspensioen verknocht in de zin van het bepaalde in artikel 1:94 lid 3 BW?

Partijen zijn op 30 september 1955 gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. De man was ambtenaar. Per 1 oktober 1978 is de man wegens invaliditeit ontslagen en kreeg hij recht op een invaliditeitspensioen. Het huwelijk is ontbonden op 12 februari 1981.
Lees meer...

Heeft de man recht op een vergoeding van werkzaamheden die hij aan het huis van de vrouw heeft verricht (Baartman/Huijbers)

Partijen zijn van 1969 tot 1980 met elkaar gehuwd geweest met uitsluiting van iedere gemeenschap. In 1971 heeft de vrouw voor ƒ 5.000,– een huis in eigendom verkregen. Na reparaties en verbouwingen, waaraan de man zijn werkkracht heeft gegeven, is het pand aanzienlijk in waarde gestegen. De man wil voor zijn inzet een vergoeding nu het huwelijk op de klippen is gelopen.
Lees meer...

Van de moeder die geen afstand doet van geweldadige vader wordt het gezag over de kinderen beëindigd (voorheen o.a. ontheffing).

Op grond van artikel 1:266 (oud) BW, dat in deze zaak van toepassing is gebleven, kan de rechter, mits het belang van de kinderen zich daar niet tegen verzet, een ouder van het gezag over een of meer van zijn kinderen ontheffen, op grond dat hij ongeschikt of onmachtig is zijn plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen.
Lees meer...

Debat tussen partijen was reeds gesloten toen de Hoge Raad op 9 oktober 2015 antwoord gaf op prejudiciële vragen. Gevolgen voor uitspraak.

Op grond van het vorenstaande constateert het hof dat de discussie tussen partijen ter zitting van 8 mei 2015 over de wijze waarop het kindgebonden budget in aanmerking dient te worden genomen bij de vaststelling van de voor hun kinderen verschuldigde onderhoudsbijdragen, bij nader inzien is gevoerd aan de hand van onjuiste uitgangspunten.
Lees meer...

Wat is de behoefte van partijen indien tijdens het huwelijk op te grote voet is geleefd?

De man heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank bij de beoordeling van de behoefte van de vrouw ten onrechte is uitgegaan van de hofnorm, waarbij haar totale behoefte, na aftrek van de kosten van [de minderjarige] , wordt gesteld op 60% van het netto gezinsinkomen ten tijde van het uiteengaan van partijen. Er dient in plaats daarvan rekening te worden gehouden met alle relevante omstandigheden van het geval, waaronder de te verwachten kosten van levensonderhoud van de vrouw uitgewerkt in een behoefteopstelling. Met de welstand van partijen ten tijde van het huwelijk kan geen rekening worden gehouden, omdat partijen destijds boven hun stand leefden.
Lees meer...

Partijen hebben huwelijkse voorwaarden (koude uitsluiting). Natuurlijke verbintenis? Beoordelingsmaatstaf. (Le Miralda)

Partijen, die tevoren een aantal jaren hadden samengewoond, zijn in 1967 gehuwd. Bij hun toen tot stand gekomen huwelijkse voorwaarden hebben zij elke gemeenschap van goederen uitgesloten. Gedurende hun huwelijk zijn een aantal woningen gekocht — deels na verkoop van de vorige woning —, die op naam van de vrouw zijn gezet, maar grotendeels zijn betaald met geld van de man. Daaronder bevindt zich het appartement Le Miralda, door de man in februari 1990 ter beschikking van de vrouw gesteld.
Lees meer...

Is verkrijging door een middellijk vertegenwoordiger mogelijk bij onroerende zaken? (Modehuis Nolly)

Partijen waren gehuwd op huwelijkse voorwaarden (uitsluiting van iedere gemeenschap). De vrouw had Modehuis Nolly ingebracht. Van de opbrengsten leefden partijen en hun kinderen. Het geld van het modehuis werd door de man belegd in onroerende goederen aan de Slotlaan 280 en 282 te Zeist. Deze onroerende zaken kwamen op de balans van het modehuis. De man meent dat hij eigenaar is van de onroerende zaken aangezien de onroerende zaken op zijn naam zijn aangekocht. De vrouw stelt (in de inleidende dagvaarding), dat de man als lasthebber van de vrouw op zich heeft genomen een aantal beleggingen in onroerend goed te verzorgen en dat hij in deze kwaliteit voor haar rekening maar op eigen naam een aantal panden heeft gekocht.
Lees meer...

Moeten huwelijkse voorwaarden alsook een eventuele voorovereenkomst tot huwelijkse voorwaarden op grond van het bepaalde in de artikelen 6:226 BW jo 1:115 BW bij notariële akte worden aangegaan op straffe van nietigheid? (Zweedse vrouw)

In deze kernuitspraak heeft de vrouw aandrongen op een huwelijk in verband met het bemachtigen van een verblijfsvergunning. Ook wilde zij een winkel openen in Nederland en ging het haar niet om het geld. Partijen zijn mondeling overeengekomen dat de vrouw later zou meewerken aan het opstellen van huwelijkse voorwaarden. Dat heeft zij niet gedaan. De man meent dat de vrouw misbruik heeft gemaakt van zijn vertrouwen.
Lees meer...

Wanneer kan een proceskostenveroordeling worden uitgesproken in een familiezaak?

In deze zaak heeft de vrouw onder andere wijziging van kinderalimentatie gevraagd. Volgens de rechtbank heeft de vrouw echter niet kunnen aantonen dat er sprake is van een rechtens relevante wijziging van omstandigheden op grond van het bepaalde in artikel 1:401 lid 1 BW. Zij werd niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank acht het verzoek van de vrouw bovendien nodeloos.
Lees meer...

Pensioen. Wat was ook alweer de strekking van Boon/Van Loon (HR 27 november 1981, NJ 1982, 503)?

In discussie is de vraag in hoeverre de waarde van opgebouwde pensioenrechten in de gemeenschap valt.
Lees meer...

Kunnen huwelijkse voorwaarden worden vernietigd wegens dwaling? Afwijking van artikel 150 Rv. (Zeeuwse notaris).

De vrouw heeft aan haar vermelde vordering ten grondslag gelegd dat de man haar heeft bewogen tot de opheffing van de huwelijksgemeenschap door huwelijkse voorwaarden overeen te komen, zonder haar te informeren over de inhoud en gevolgen van de (akte van) huwelijkse voorwaarden en dat zij de akte heeft ondertekend omdat zij blind vertrouwde op [eiser] en op zijn integriteit (zowel in zijn hoedanigheid van echtgenoot als in die van kandidaat-notaris en toekomstig notaris). Voorts stelde zij dat zij voorafgaand aan 18 april 1986 niet door de man is geïnformeerd over de inhoud en gevolgen van de huwelijkse voorwaarden, noch een conceptakte heeft ontvangen; evenmin heeft de notaris haar, ten tijde van het passeren van de akte, geïnformeerd over de inhoud en gevolgen van de akte van huwelijkse voorwaarden.
Lees meer...

Kinderalimentatie en faillissement. Nihilstelling vanaf december 2011 en terugbetaling.

De man stelt zich op het standpunt dat de nihilstelling dient in te gaan op de datum waarop hij failliet is verklaard, derhalve 27 december 2011. De man stelt niet eerder een verzoek tot nihilstelling te hebben kunnen indienen vanwege zijn slechte financiële omstandigheden, van welke situatie de vrouw op de hoogte was.
Lees meer...

Toegewezen wrakingsverzoek. Er is sprake van samenloop van twee familierechtelijke, gevoelige procedures, waarbij dezelfde raadsheer betrokken is.

De vrouw doet zelf een beroep op wraking in deze procedure. Zij vreest dat de wetenschap, die de raadsheer onder meer over verzoekster heeft vanwege de o.t.s. procedure en de daarin uitgebrachte uitvoerige rapporten over (de problemen van) [naam] en diens gezinssituatie, verbonden met de wetenschap vanuit de procedure inzake de bewindvoering en mentorschap van verzoeksters vader, een eerlijk beeld van verzoekster de weg staat en daarom haar belangen kan schaden.
Lees meer...

Valt een door een partij ontvangen ontslagvergoeding in de gemeenschap van goederen of is de vergoeding verknocht?

De man heeft een forse ontslagvergoeding ontvangen die hij heeft ondergebracht in een stamrecht BV ter vervanging van gederfde en/of te derven inkomsten. Partijen strijden over de vraag of de ontslagvergoeding valt in de gemeenschap van goederen.
Lees meer...

Verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en verknochtheid. Schade wegens verlies aan arbeidsvermogen in de toekomst kan, naast het smartengeld, verknocht zijn.

Tussen partijen is in geschil of het bevoorschot bedrag van € 52.000,- respectievelijk de einduitkering van € 121.000,- in de gemeenschap van goederen van partijen is gevallen of dat er sprake is van een zodanige verknochtheid (in de zin van artikel 1:94 lid 3 Burgerlijk Wetboek (BW)) dat de voormelde uitkering niet in de huwelijksgemeenschap is gevallen.
Lees meer...

Partneralimentatie. Convenant. Grove miskenning van de wettelijke maatstaven (behoefte vrouw). Partijen zijn niet bewust afgeweken van de wettelijke maatstaven.

In deze zaak zijn partijen niet goed voorgelicht door de betrokken advocaat. De gevolgen zijn zwaar. Het hof beoordeelt de door de man te betalen uitkering tot het levensonderhoud van de vrouw opnieuw.
Lees meer...

Ingangsdatum wijziging kinderalimentatie en terugbetaling. Maatstaf en stelplicht.

Tussen partijen is in geschil op welke datum de wijziging van de onderhoudsbijdrage moet ingaan. Daaromtrent overweegt het hof als volgt. Het hof zal als ingangsdatum van de gewijzigde onderhoudsbijdrage 1 december 2013 hanteren. In zoverre slaagt grief 2. Het hof overweegt daartoe dat de man met ingang van 2 december 2013 een werkloosheidsuitkering heeft ontvangen en dat de vrouw op 13 december 2013 is hertrouwd, waardoor de stiefvader eveneens onderhoudsplichtig is geworden jegens.
Lees meer...

Hoge Raad: kindgebonden budget niet langer in mindering op de behoefte van het kind!

Met het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop is beoogd de verzorgende ouder, respectievelijk de verzorgende alleenstaande ouder, inkomensondersteuning te bieden om in de behoefte van zijn kind of kinderen te voorzien. Deze tegemoetkomingen verhogen dan de draagkracht van die ouder en komen niet ten laste van de behoefte van het kind of kinderen.
Lees meer...

Moeder beticht vader van alcohol- en drugsgebruik. Ook zou hij volgens moeder handelen in drugs. Vader ontkent. Gezamenlijk gezag. Zorgregeling of niet?

Deze zaak gaat over een tamelijk frequent voorkomend geval dat een ouder de andere ouder beschuldigd van drank- en drugsgebruik. De raad heeft ter zitting geadviseerd het gezamenlijk gezag van de ouders in stand te laten. Het is in het belang van het kind dat de ouders met elkaar in gesprek gaan en hun verwachtingen ten aanzien van goed ouderschap tegenover elkaar uitspreken.
Lees meer...

Vermogensvermeerdering en huwelijkse voorwaarden. Onder vermeerdering van de vermogens valt niet een vermogensvermindering.

Tussen partijen is in geschil de uitleg van (een deel van) artikel 7 van de huwelijkse voorwaarden. In dat verband dient te worden beoordeeld of de in artikel 7, tweede lid, opgenomen verplichting tot delen van de vermeerdering van beider vermogens die tijdens het huwelijk (of tot het tijdstip van scheiding van tafel en bed) heeft plaatsgevonden aldus moet worden opgevat dat daartoe ook een verplichting bestaat indien de vermogensvermeerdering negatief is.
Lees meer...

Kan een derde (mentor) namens een partij de echtscheiding verzoeken?

De vrouw en de man zijn op 10 juli 2006 te Al-Hoceima, Marokko, met elkaar gehuwd. De man en de vrouw hebben de Marokkaanse nationaliteit. In november 2009 is de vrouw in coma geraakt en sindsdien verblijft zij in een vegetatieve toestand. De ouders van de vrouw zijn benoemd tot mentor en vragen nu namens de vrouw de echtscheiding aangezien er sprake zou zijn van een schijnhuwelijk.
Lees meer...

Neemt de huwelijksgerelateerde behoefte af door tijdsduur na scheiding?

De man stelt dat sprake is van een afnemende behoefte naarmate de jaren na de echtscheiding verstrijken. Dit wordt veroorzaakt enerzijds door de aanpassing van de behoefte aan de welstand na het huwelijk en anderzijds door een verder verwijderd verband met de financiële situatie ten tijde van het huwelijk. Het gerechtshof is het met deze stelling eens waarbij tevens wordt gewezen op de tendens van de afgelopen jaren waarbij wordt aangenomen dat van een onderhoudsgerechtigde kan en mag worden verwacht dat deze na een scheiding zoveel mogelijk zelf in zijn eigen levensonderhoud voorziet.
Lees meer...

Wat moet de rechter doen als een ouder weigert omgang toe te staan met een beroep op het klemcriterium?

De vader heeft op 15 september 2009 de rechtbank onder meer verzocht om – met geleidelijke opbouw – een omgangsregeling vast te stellen. Het uiteindelijke doel daarvan was om te komen tot een regeling waarbij de vader wekelijks de helft van de tijd omgang met het kind zou hebben. De moeder heeft verweer gevoerd. Zij heeft aangevoerd dat zij vreest dat het kind klem of verloren zal raken ten gevolge van de slechte verhouding tussen partijen.
Lees meer...

Welke eisen worden gesteld aan het uitoefenen van gezamenlijk gezag?

De vader wenst gezamenlijk gezag over zijn oudste kind dat sinds oktober 2013 bij hem woont. De moeder voert verweer.
Lees meer...

Verweerschrift geweigerd wegens strijd met goede procesorde.

Buiten beschouwing laten van een verweerschrift, tevens houdende incidenteel appel, nu deze niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen en gelegenheid gegeven alsnog een verweerschrift, desgewenst tevens houdende incidenteel appel in te dienen dat daaraan wel voldoet.
Lees meer...

Terugwerkende kracht bijdrage jongmeerderjarige. Ontbreken bewijs (e-mailbericht) verzoek om alimentatie.

De dochter stelt dat, nu de man de voormalige echtelijke woning per 1 juli 2012 heeft verhuurd en met ingang van die datum een situatie is ontstaan die gelijk is aan de situatie waarin de man geen dubbele woonlasten meer zou hebben, ervan uit dient te worden gegaan dat de man met ingang van 1 juli 2012 de draagkracht had om de onderhoudsbijdrage ten behoeve van de dochter te voldoen en dat hij met ingang van die datum met die onderhoudsverplichting ook rekening had kunnen houden. De man voert verweer.
Lees meer...

Is een rechter verplicht op alle aangevoerde stellingen in te gaan? Toepassing klemcriterium

In deze zaak wordt in het principale cassatieberoep onder meer de vraag aan de orde gesteld of het hof het ‘klemcriterium’ in art. 1:251a lid 1 onder a BW juist en begrijpelijk heeft toegepast, alsmede de vraag of het hof zich op grond van (de rechterlijke verplichtingen die voortvloeien uit) art. 8 EVRM actief dient op te stellen om met het opleggen van een omgangsregeling het recht op ‘family life’ tussen ouder en kinderen mogelijk te maken. Voorts wordt een reeks motiveringsklachten gericht tegen de feitelijke beslissingen van het hof inzake het onvermogen van de ouders constructief overleg te voeren over de opvoeding van hun minderjarige kinderen en de invloed die dit heeft op het gezag, de omgang en de consultatieverplichting. In het incidentele cassatieberoep gaat het om de afwijzing door het hof van het verzoek van de man om de vrouw de omgang met de twee zoons tijdelijk te ontzeggen.
Lees meer...

Mag een partij zelf stukken in het geding brengen? Beperkte verplichte procesvertegenwoordiging in verzoekschriftprocedures.

In deze zaak zijn nieuwe stukken overgelegd nadat de advocaat zich heeft onttrokken. De advocaat in cassatie bepleit dat de stukken ten onrechte zijn meegewogen in de beoordeling. Dit standpunt blijkt echter niet juist te zijn. Er is slechts een beperkte verplichte procesvertegenwoordiging in verzoekschriftprocedures.
Lees meer...

Niemand behoeft in een onverdeelde boedel te blijven. Geen gronden aanwezig om gedurende een periode van drie jaar het woonhuis niet te verkopen.

De man verzoekt de voormalige echtelijke woning voor een periode van drie jaar onverdeeld te laten. De taxatiewaarde van de woning bedraagt op dit moment € 300.000,- terwijl de hoogte van de hypotheek € 415.000,- bedraagt. De verwachting is dat de waarde van de woning in 2016 zal stijgen in verband met het realiseren van het [XXX] nabij de echtelijke woning. De vrouw wijst op een beleggingsdepot dat op dit moment een waarde heeft van € 146.096,55. Er valt na verkoop dus geld te verdelen.
Lees meer...

Uitleg inkomensbegrip huwelijkse voorwaarden. Komen dividenduitkeringen voor verrekening in aanmerking? Grievenstelsel.

In de huwelijkse voorwaarden zijn partijen onder artikel 4 overeengekomen dat onder inkomen wordt verstaan het belastbaar inkomen als bedoeld in de Wet op de Inkomstenbelasting 1964. De rechtbank heeft echter vastgesteld dat winst uit onderneming niet onder het verrekenbeding valt. Tegen dit oordeel zijn geen grieven gericht.
Lees meer...

Kan een pensioenverweer tegen de echtscheiding worden gevoerd indien niet duidelijk is wat de omvang van de pensioenaanspraken zijn en afstorting niet heeft plaatsgevonden?

In de kern genomen betoogt de vrouw dat haar niet alleen een beroep toekomt op het pensioenverweer wanneer een bestaand vooruitzicht wegvalt door de echtscheiding (het formele recht op nabestaandenpensioen), maar ook indien en zolang de omvang van haar aanspraken niet is vastgesteld en de afstorting van het kapitaal betreffende die aanspraken niet heeft plaatsgevonden (het materiële recht op nabestaandenpensioen). Het Hof volgt de vrouw niet.
Lees meer...

Bij de echtscheidingsbeschikking zijn partijen bevolen om over te gaan tot verdeling van hun gemeenschap van goederen ten overstaan van de notaris. Partijen wenden zich echter niet tot de notaris. Niet-ontvankelijk.

De vrouw stelt dat het traject bij de notaris zinloos is, omdat partijen er niet uit kunnen komen. De man moet namelijk bij de notaris ook inzicht geven in de schulden en de saldi en dat doet hij niet. De notaris is geen mediator.
Lees meer...

Waar heeft het kind zijn gewone verblijfplaats? Is inschrijving BRP beslissend?

Ingevolge artikel 8 lid 1 Brussel II-bis zijn ter zake de ouderlijke verantwoordelijkheid bevoegd de gerechten van de lidstaten op het grondgebied waarvan het kind zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt, dat wil zeggen het tijdstip waarop het inleidend gedingstuk wordt ingediend. Op grond van het perpetuatio fori-beginsel blijft een bij aanvang van de procedure in eerste aanleg bestaande bevoegdheid in beginsel in stand, dus ook als bijvoorbeeld de gewone verblijfplaats van het kind zich nadien wijzigt.
Lees meer...

De grenzen van de rechtsstrijd worden niet bepaald door de benaming van het processtuk. Ligt in het verweerschrift een incidenteel appel besloten?

De vrouw heeft in hoger beroep een verweerschrift ingediend en uit de benaming van dit stuk blijkt niet van een incidenteel appel. Heeft het gerechtshof miskend dat in het verweerschrift van de vrouw in hoger beroep een incidenteel appel besloten ligt?
Lees meer...

Het verzoek van de moeder om met de minderjarigen naar een plaats 65 kilometer verderop te mogen verhuizen, wordt afgewezen. Meerdere verhuizingen.

De moeder verzoekt o.a. aan het hof de bestreden beschikking te vernietigen voor zover daarbij het verzoek om vervangende toestemming om te mogen verhuizen met de minderjarigen naar [beoogde woonplaats] werd afgewezen. Belangenafweging.
Lees meer...

Wel bijstandverhaal kinderalimentatie vanaf 1 januari 2015 volgens het gerechtshof Den Haag

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank de verhaalsbijdrage voor de man met ingang van 1 december 2013 vastgesteld op € 780,- per maand, zolang de bijstandsverlening voortduurt.
Lees meer...

Advies AG: Kindgebonden budget niet in mindering op kosten kind

In deze zaak zijn prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad omdat in de rechtspraak en literatuur over dit onderwerp verschillende opvattingen bestaan. Aan de Hoge Raad wordt nu gevraagd een duidelijke uitspraak te doen.
Lees meer...

Nieuwe grieven bij aanvullend beroepschrift. Toepassing "twee-conclusieregel". Uitleg in noot: uitzondering bij zaken betreffende onderhoudsbijdragen.

De man heeft in zijn aanvullend beroepschrift van 11 februari 2011 nieuwe grieven aangevoerd, onder handhaving van zijn verzoek in hoger beroep. In deze grieven betoogt de man - voor het eerst - dat de rechtbank ten onrechte Nederlands recht van toepassing heeft geacht op het verzoek tot echtscheiding en op het huwelijksvermogensregime van partijen en dat naar zijn mening Egyptisch recht op beide van toepassing is.
Lees meer...

Kan een beroepschrift dat te laat is ingediend worden behandeld als partijen het gerechtshof vragen de ontvankelijkheidsvraag te passeren?

De man heeft niet eerder dan op 18 december 2014 hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van 28 april 2014. De man stelt dat hij ontvankelijk is in zijn beroep omdat hij pas op 2 oktober 2014 een kopie van de bestreden beschikking heeft ontvangen, nadat deze beschikking aan hem betekend werd. Eerst op dat moment is hij van de tegen hem gevoerde procedure en de beslissing daarin op de hoogte geraakt. De man stond echter wel ingeschreven op het adres waar de stukken zijn betekend.
Lees meer...

Verdeling gemeenschap van goederen, benadeling. De man dient aan de vrouw een vergoeding te betalen in verband met benadeling van de gemeenschap.

De man heeft over het saldo op de spaarrekening beschikt en nu vaststaat dat het tot de gemeenschap behorende spaartegoed in de periode gelegen tussen voornoemde data met afgerond € 27.000,- is afgenomen, ligt het in beginsel op de weg van de man hierover deugdelijk verantwoording af te leggen.
Lees meer...

Vanaf 1 januari 2015 geen bijstandsverhaal meer door gemeente voor onderhoudsbijdrage kinderen.

De gemeente heeft een verzoekschrift ingediend tot vaststelling van een door de man te betalen verhaalsbedrag van € 25,-- per maand met ingang van 1 januari 2015, zolang de bijstandsverlening aan de vrouw mede ten behoeve van de minderjarige voortduurt. De rechtbank toetst ambtshalve nu de man niet in de procedure verschenen is.
Lees meer...

Hoger beroep tegen echtscheidingsbeschikking met als effect dat de voorlopige voorzieningen doorlopen. Onnodig veroorzaakte kosten. Proceskostenveroordeling.

De vrouw wenst in hoger beroep de uitgesproken echtscheiding ongedaan te maken. Zij stelt dat zij er een onmiskenbaar groot belang bij heeft dat er eerst een definitieve regeling wordt getroffen met betrekking tot de gevolgen van de echtscheiding en dat daarna pas de echtscheiding wordt uitgesproken.
Lees meer...

Het hof heeft een zogenaamd ouderschapsonderzoek gelast, nu partijen niet dan wel onvoldoende in staat zijn om als ouders van hun drie minderjarige kinderen met elkaar te communiceren. Het ouderschapsonderzoek betreft een deskundigenbericht in de zin van artikel 194 e.v. Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv). Kosten ten laste van het Rijk.

Uit zowel de aan het hof overgelegde stukken als het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat de man en de vrouw niet, dan wel onvoldoende in staat zijn om als ouders van hun drie kinderen met elkaar te communiceren en mede daardoor niet in staat zijn om de gezamenlijk tussen hen bestaande geschillen met betrekking tot de kinderen constructief op te lossen. Het hof is derhalve van oordeel dat partijen in het belang van de kinderen aan hun ouderrelatie dienen te werken. Het is thans en voor de toekomst in het belang van de kinderen dat partijen op ouderniveau met elkaar leren communiceren, althans elkaar zodanig te verstaan dat de kinderen daar geen last van zullen hebben.
Lees meer...

Hoger beroep instellen tegen de echtscheiding om bijdrage tot levensonderhoud in het kader van de voorlopige voorzieningen te verlengen is misbruik van procesbevoegdheid.

De vrouw heeft, aldus de man, misbruik gemaakt van (proces)recht dan wel van processuele bevoegdheid door, ondanks expliciete erkenning van de duurzame ontwrichting van het huwelijk, hoger beroep tegen de echtscheiding in te stellen waarmee de vrouw de duur van het huwelijk wil oprekken met het oog op de uitwerking van art. 1:157 lid 4 Burgerlijk Wetboek en daarmee de duur van de beschikking voorlopige voorzieningen. Het gerechtshof is het met deze stelling eens.
Lees meer...

Grotere fysieke afstand tussen de ouders kan volgens de rechtbank tot meer rust leiden. Toestemming verhuizing.

De moeder verzoekt vervangende toestemming tot verhuizing. Zij stelt daartoe dat zij daar een baan en woonruimte heeft gevonden. Partijen waren eerder ook overeen gekomen dat zij met de kinderen zou kunnen verhuizen, maar de vader wil hier nu niet meer mee instemmen, aldus de moeder.
Lees meer...

Partneralimentatie. Afbouwregeling.

Tussen partijen is in geschil in hoeverre van de vrouw - op termijn - gevergd kan worden dat zij zelf in haar levensonderhoud voorziet. De vrouw is natuurkundige en is in 1993 gepromoveerd in de Verenigde Staten. Zij is sinds 2010 als zzp-er aangesloten bij verschillende organisaties die haar freelance werk als consultant op het gebied van ontwikkelingswerk kunnen aanbieden. Zij heeft thans geen inkomsten.
Lees meer...

Moet de vastgestelde overbedelingssom nu of bij verkoop van de woning worden voldaan? Hof bewandelt middenweg.

Tussen partijen is in geschil of de vrouw gehouden is om de man het bedrag van de reeds overeengekomen overbedeling nu te betalen of dat dit mag worden betaald door verrekening met haar aandeel in de eerst na verkoop te realiseren overwaarde van de voormalige echtelijke woning.
Lees meer...

Wijziging eenhoofdig gezag in gezamenlijk gezag. Toetsingskader.

In de onderhavige zaak heeft de rechter bij beschikking van 20 april 2011 bepaald dat het gezag over de minderjarige voortaan alleen aan de moeder toekomt. Het kind woont echter al twee jaar bij vader. Is dit een situatie waarbij de eerdere beschikking omtrent het gezag kan worden gewijzigd?
Lees meer...

Kan het bepaalde van artikel 1:159 lid 3 BW bij overeenkomst worden uitgesloten?

Partijen hebben een niet-wijzigingsbeding opgenomen in het echtscheidingsconvenant waarbij ook het bepaalde in artikel 1:159 lid 3 BW werd uitgesloten. Contractsvrijheid, regelend recht en dwingend recht.
Lees meer...

Maakt het uit of een vordering wordt gekwalificeerd als vordering tot verdeling van een overgeslagen goed ex. art. 3:179 lid 2 BW of als een vordering tot verdeling van een gemeenschappelijk goed ex. art. 3:178 BW? Verjaring.

De vrouw heeft gevorderd, voor zover in cassatie van belang, dat de man wordt veroordeeld tot betaling van het haar toekomende aandeel van de reeds uitgekeerde pensioenbedragen en van de toekomstige, maandelijks aan de man uit te keren, pensioenbedragen telkens nadat deze aan hem zijn uitgekeerd. Ter onderbouwing van haar vordering heeft de vrouw gesteld dat de door de man tijdens het huwelijk van partijen opgebouwde pensioenrechten in de gemeenschap van goederen zijn gevallen en derhalve tussen partijen moeten worden verrekend.
Lees meer...

Wanneer is omgang niet in het belang van een minderjarige?

Omgang tussen ouder en het kind blijft achterwege, wanneer blijkt dat de totstandkoming of de uitvoering van een omgangsregeling ertoe kan leiden dat het kind klem komt te zitten of verloren raakt tussen de beide ouders indien de omgang wordt afgedwongen, met als gevolg dat de omgang ernstig nadeel zal opleveren voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van het kind, of dat omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.
Lees meer...

Kan de behoefte van een minderjarige geheel worden gedekt door het kindgebonden budget?

In geschil is de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige en in de kosten van levensonderhoud van de vrouw. In dit artikel wordt uitsluitend de kinderalimentatie behandeld die betrekking heeft op de periode na 1 januari 2015.
Lees meer...

Aan welke eisen dient een verzoek om limitering van partneralimentatie te voldoen?

De man verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking, de uitkering tot levensonderhoud met ingang van 1 januari 2013 op nihil te stellen, althans met ingang van de datum van indiening van het inleidend verzoekschrift (26 juni 2013), althans een zodanige uitkering tot levensonderhoud vast te stellen als het hof juist acht, alsmede dat deze uitkering tot levensonderhoud eindigt direct volgend op het moment dat de man stopt met werken en partijen (hun deel van) het door de man opgebouwde ouderdomspensioen krijgen uitgekeerd.
Lees meer...

Door welk nationaal recht worden de huwelijksvermogensrechtelijke betrekkingen van partijen beheerst?

Voor het vestigen van een eerste huwelijksdomicilie in de zin van artikel 4 lid 1 HHV is nodig dat beide echtgenoten hun gewone verblijfplaats in hetzelfde land hebben. Partijen twisten over de vraag of de man zijn gewone verblijfplaats op enig moment naar Thailand heeft verplaatst.
Lees meer...

Wat is de verhouding tussen het HKOV & EVRM bij ontvoering uit een staat die geen partij is bij die verdragen? Wijziging van de inhoud processtukken. Wat is hiervan de consequentie?

Verzoek tot teruggeleiding afgewezen aangezien de vader heeft ingestemd met de wijziging van de verblijfplaats van de minderjarige.
Lees meer...

Is er sprake van samenwoning als ware men gehuwd in de zin van artikel 1:160 BW? Facebookberichten.

Voor een bevestigende beantwoording van de vraag of sprake is van een samenleving met een ander als waren zij gehuwd in de zin van artikel 1:160 BW, dient volgens vaste rechtspraak tussen de alimentatiegerechtigde en de nieuwe partner sprake te zijn van een affectieve relatie van duurzame aard die meebrengt dat zij elkaar wederzijds verzorgen, met elkaar samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren. Daarbij is het uitgangspunt dat artikel 1:160 BW restrictief moet worden uitgelegd, vanwege de ingrijpende gevolgen die voor de alimentatiegerechtigde aan de toepassing ervan zijn verbonden.
Lees meer...

Kan een verwekker van een kind ontvankelijk zijn bij een verzoek om omgang terwijl hij geen family life heeft?

De man stelt dat de rechtbank hem ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling met [de minderjarige] en derhalve ten onrechte niet aan een inhoudelijk oordeel met betrekking tot dat verzoek is toegekomen. De man voert daartoe aan dat, zoals volgt uit jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM), ook in geval er geen sprake is van ‘family life’ zoals bedoeld in artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), de betrekking tussen de biologische vader en het kind onder de bescherming van dat artikel kan vallen, namelijk onder de noemer van ‘private life’.
Lees meer...

Concrete belangenafweging verzoek verhuizing binnen Nederland.

De moeder heeft thans in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) de rechtbank verzocht haar toestemming te verlenen, welke toestemming de daartoe benodigde toestemming van de vader vervangt, om zich met de minderjarige in [nieuwe woonplaats] te vestigen, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Opsomming criteria en concrete toetsing.
Lees meer...

Vervangende toestemming afgifte reisdocument

Rond de vakantieperiode zijn er altijd de nodige zaken betreffende het niet willen afgeven van een reisdocument door één van de gezagsouders aan de andere. Heel vaak zal het document toch moeten worden afgegeven. Een praktijkvoorbeeld volgt hier.
Lees meer...

Onjuiste proceshouding kan leiden tot een proceskostenveroordeling in familiezaken

De man heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat hij in eerste aanleg heeft nagelaten om tijdig voldoende inzicht in zijn financiële situatie te geven. Tussen de regels door valt ook te lezen dat de man mogelijke valse en onjuiste informatie over zijn inkomen in eerste aanleg in het geding heeft gebracht.
Lees meer...

Dient de ontbindingsvergoeding van de man als inkomen voor het bepalen van zijn draagkracht in aanmerking te worden genomen en zo ja, op welke wijze?

Partijen strijden er verder nog over of en zo ja, op welke wijze de ontbindingsvergoeding die de man bij het eindigen van zijn dienstverband bij [bedrijf] , als inkomen voor het bepalen van zijn draagkracht in aanmerking moet worden genomen. Vaststaat dat hij € 20.000,- bruto aan ontbindingsvergoeding heeft ontvangen.
Lees meer...

Kan een verhuizingsverzoek hangende een echtscheidingsprocedure worden toegewezen?

De man heeft in deze zaak de woningbouwvereniging op de hoogte gesteld van een onderhuursituatie waardoor de vrouw de woning heeft moeten verlaten. Nu verzet hij zich tegen verhuizing.
Lees meer...

Partijen zijn het eens met de uitspraak maar niet met de overwegingen. Kan men dan met succes in hoger beroep?

Het beroep richt zich tegen de overweging van de rechtbank dat – kernachtig weergegeven – het in de rede ligt dat de pleegouders (uiteindelijk) met de voogdij zullen worden belast en dat aldus sprake is van een tussenstap. Voornoemde overweging of een daarvan in het verlengde liggende beslissing is echter niet opgenomen in het dictum van de bestreden beschikking. De situatie waarvoor de ouders bevreesd zijn, ligt derhalve thans niet ter beoordeling aan het hof voor.
Lees meer...

Processtukken buiten beschouwing gelaten omdat er geen beëdigde vertaling is overgelegd

Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevat geen bepaling die voorschrijft in welke taal voor de Nederlandse rechter moet worden geprocedeerd. Het hof past de regels uit het procesreglement toe.
Lees meer...

Wrakingsverzoek toegewezen. Onvoldoende gelegenheid gegeven om verweer toe te lichten alvorens voorlopig oordeel te gegeven.

Verzoeker heeft aan het wrakingsverzoek allereerst ten grondslag gelegd de ter zitting door de rechter gemaakte opmerking dat het verzoek van verzoeker onvoldoende was onderbouwd en voor afwijzing gereed lag terwijl hij totdat deze opmerking werd gemaakt nog niet in de gelegenheid was gesteld om het verzoek mondeling nader toe te lichten.
Lees meer...

Welke waarderingsgrondslag bij afwikkeling huwelijkse voorwaarden?

Het antwoord op de vraag voor welke waarderingsmethode moet worden gekozen, ook indien het gaat om in het kader van een onderneming gebruikte onroerende zaken, afhangt van de omstandigheden van het geval.
Lees meer...

Welk vermogen behoort tot het te verrekenen vermogen. Vrouw heeft overgespaard inkomen voor een bedrag van € 360.000 verkeerd belegd.

Geen rechtsgrond dat de vrouw de helft van de vervlogen belegging alsnog aan de man moet voldoen. Er is geen beroep gedaan op het bepaalde in artikel 1:139 BW.
Lees meer...

Welke regels moeten worden gevolgd indien een partij alsnog uitvoerbaarheid bij voorraad wenst

Er werd in deze zaak een gebruikersvergoeding gevraagd aan het gerechtshof die werd toegewezen. De uitspraak was echter - zonder nadere motivering - niet uitvoerbaar bij voorraad zodat aan de Hoge Raad in een incident werd verzocht de uitvoerbaarheid bij voorraad alsnog uit te spreken.
Lees meer...

Is ondertoezichtstelling een passende maatregel nu de moeder al enige tijd volop met de hulpverlening meewerkt?

Bureaucratie lijkt ervoor te zorgen dat de huidige hulpverleenster (met wie moeder een goede klik heeft) van de zaak wordt gehaald indien er geen ondertoezichtstelling wordt uitgesproken.
Lees meer...

Bepaling hoofdverblijfplaats kinderen. Belangenafweging.

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank bepaald dat de kinderen hun hoofdverblijf bij de vader hebben. Moeder vraagt wijziging.
Lees meer...

Omgangsregeling en dwangsommen

De vrouw heeft verklaard niet mee te willen werken aan onbegeleid contact tussen vader en dochter. Zij beschuldigt de man van seksueel grensoverschrijdend gedrag. De man ontkent dat laatste.
Lees meer...

Erkenning Marokkaans echtscheidingsvonnis

Bij vonnis van 24 juli 2012 heeft de rechtbank te Casablanca, Marokko, op verzoek van de man de echtscheiding uitgesproken op grond van duurzame ontwrichting van het huwelijk. De vrouw meent dat de Nederlandse rechter bevoegd was en naar Nederlandse recht had moeten oordelen.
Lees meer...

Wie krijgt de voormalig echtelijke huurwoning? Belangenafweging.

Ter beoordeling van het hof is de vraag aan wie van partijen het huurrecht van de woning dient te worden toegewezen. Daarbij dienen de belangen die partijen elk hebben bij het huurrecht van de woning tegen elkaar te worden afgewogen.
Lees meer...

Verdeling eenvoudige gemeenschap. Algemene dwalingsregeling niet van toepassing

Het gerechtshof heeft in deze zaak het bepaalde in artikel 3:199 BW over het hoofd gezien. De algemene dwalingsregeling is niet van toepassing op een verdeling.
Lees meer...

Niet-wijzigingsbeding bij partneralimentatie. Wanneer kan dit beding worden doorbroken?

Partneralimentatie. Niet-wijzigingsbeding. Man kan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aan het niet-wijzigingsbeding worden gehouden.
Lees meer...

Hof Den Haag volgt richtlijn kinderalimentatie tot de Hoge Raad de prejudiciële vragen die het hof hierover heeft gesteld, heeft beantwoord

Kinderalimentatie. Ook in deze zaak is er weer discussie over de vraag of de alleenstaande ouderkop niet in mindering moet worden gebracht op de behoefte van minderjarige kinderen, maar te beschouwen als inkomen aan de zijde van de onderhoudsgerechtigde.
Lees meer...

Terugbetaling van alimentatie. Wanneer kan dat in redelijkheid worden verlangd? Maatstaf en relevante omstandigheden.

Hoe moet een verzoek om terugbetaling van alimentatie worden beoordeeld? De Hoge Raad zet de lijnen uiteen.
Lees meer...

Partneralimentatie en lotsverbondenheid. Geweldadige vrouw krijgt toch alimentatie aangezien er sprake is van een psychische stoornis.

Partneralimentatie en lotsverbondenheid. In redelijkheid kan van de man gevergd worden dat hij bijdraagt in het levensonderhoud van de vrouw.
Lees meer...