Uithuisplaatsing bij voortdurende ernstige ex-partnerstrijd tussen ouders

De kinderrechter is van oordeel dat [minderjarige] niet langer blootgesteld mag worden aan deze voor haar zeer belastende en voor haar ontwikkeling zeer schadelijke strijd en negatieve patronen tussen haar ouders. De mogelijkheden in het kader van de ondertoezichtstelling zijn thans uitputtend ingezet. Nu ook het traject Kinderen uit de Knel niet van de grond is gekomen, is er geen vooruitzicht op vermindering van die strijd tussen de ouders en op verbetering van hun communicatie, hetgeen ouders en de GI ter zitting ook hebben aangegeven. Ook kan daardoor geen speltherapie voor [minderjarige] ingezet worden.

Uithuisplaatsing voor een achtjarig meisje is een zeer ingrijpende beslissing maar om de verdere beschadiging van [minderjarige] te stoppen dient zij op korte termijn uit de strijd en de negatieve patronen die tussen haar ouders bestaan, te worden gehaald.
De kinderrechter ziet daarnaast als doelen voor die uithuisplaatsing dat [minderjarige] vanuit een neutrale en rustige omgeving en zonder beïnvloeding van de andere ouder, tot onbelaste contacten met beide ouders kan komen.
Ook kan in die neutrale omgeving het gedrag van [minderjarige] professioneel worden geobserveerd en kan hulpverlening aan haar op gang worden gebracht.

Ten slotte kunnen door een uithuisplaatsing de strijd en de zeer negatieve patronen tussen de ouders worden doorbroken en worden ouders gedwongen nu echt te gaan werken aan veranderingen in hun onderlinge verhouding en communicatie. Alle partijen zijn het erover eens dat de kans zeer klein is dat het ouders nog zal lukken tot een goede verhouding en communicatie te komen, maar ouders dienen wel tot een zodanige communicatie te komen dat eventuele spanningen tussen ouders weggehouden worden bij [minderjarige] en dat zij niet betrokken wordt bij en belast wordt met volwassenzaken.

De kinderrechter acht het zeer in het belang van [minderjarige] dat zij wordt geplaatst in een pleeggezin van waar uit zij haar huidige school kan blijven bezoeken en deel kan blijven uitmaken van haar sociale omgeving. Dit om de veranderingen voor haar zo beperkt mogelijk te houden. Voorts dient de uithuisplaatsing zo kort mogelijk te zijn en dient actief te worden gewerkt aan de genoemde doelen.

Het bovenstaande leidt er toe dat de kinderrechter het zelfstandige verzoek van vader om [minderjarige] bij hem te plaatsen zal afwijzen omdat, zoals hiervoor is aangegeven, het van groot belang is dat [minderjarige] uit de strijd wordt gehaald en in een neutrale omgeving wordt geplaatst van waar uit zij met beide ouders een onbelast contact kan hebben.

Rechtbank Oost-Brabant 2 maart 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:1876